| |

Andere
reisverhalen:
- SYRIË-JORDANIË - mei 2002 -
Carin Visser/Tony Geuns
- JORDANIË - mei 2000 - Martine Van
Caudenberg
- KENYA - september 1996 - Myriam
Cassimon
- SENEGAL - maart 1999
- Myriam Cassimon
MAROKKO - april 2001 - Tony Geuns
15 daagse Summum-rondreis door Marokko 2001
"Monsieur Moustache mange le tagine
kefta"
Drie jaar geleden leerden Carin en Tony elkaar kennen op de
reis van Summum door Cuba. Nu vormen zij een koppel en wonen
bijna een jaar samen. Voor ons beiden is het de tweede keer dat
we met Summum op reis gaan. Met dit verslag nemen we u twee
weken mee op rondreis door het land waar op 2 maart 1956 een
einde kwam aan het Franse protectoraat nadat Mohammed V op 16
november 1955 de onafhankelijkheid had uitgeroepen. We
doorkruisen Marokko, van Casablanca over Rabat, Fès, Erfoud,
Merzouga, Todra, Marrakech en El Jadida terug naar Casablanca
terwijl we kennis maken met het stadsleven (vroeger en nu), het
hooggebergte en de woestijn en zicht hebben op de Atlantische
Oceaan. Salaam alaikoem.
14-04-2001
Het is zaterdagochtend 02u30. In Leopoldsburg bij Carin en
Tony loopt de wekker af. Deze keer is hij niet onze vijand maar
een vriend. De rugzakken zijn reeds gepakt. Om 02u50 bij een
buitentemperatuur van -1,5 °C rijden wij richting Schiphol waar
wij om 05u00 verwacht worden. Aan de Belgisch-Nederlandse grens
in Lommel slentert een eenzame en verkleumde rijkswachter heen
en weer om het mond- en klauwzeervirus tegen te houden. Van de
traditionele files op de A2 is op dit onzinnig vroege nachtelijk
uur uiteraard geen sprake. We parkeren de auto voor twee weekjes
op P3, de parking voor langparkeerders. Om 04u45 bevinden wij
ons op de aangeduide plaats, vertrekhal 1 , check-in-rij 6. Al
snel krijgen wij van een vertegenwoordiger van Summum de
vliegtickets. In verband met de mkz-crisis zijn er extra
controles en moeten alle etenswaren ingeleverd worden. Bij het
inchecken worden wij probleemloos op onze wenken bediend wanneer
wij vragen om naast elkaar te kunnen zitten. Lufthansa brengt
ons met vlucht LH4461 in een Boeing 737-300 van Amsterdam naar
Frankfurt en met vlucht LH4042 in een Airbus A321-100 van
Frankfurt naar Casablanca. Precies om 12u00 locale tijd, wij
hebben ondertussen onze klok twee uur teruggedraaid, landen wij
op de Aéroport Mohammed V van Casablanca.
We zijn duidelijk in een ander klimaat terechtgekomen. De
paspoortcontrole is een werk van lange duur. Een groene
informatiefiche die we in het vliegtuig hebben ingevuld, wordt
hier ingehouden en het paspoort wordt een stempel rijker. Dan
kunnen we onze bagage ophalen. De plaatselijke douane is in een
goede dag en laat ons zonder verdere vragen Marokko binnen.
Al snel valt ons een jonge, aardig uitziende verschijning met
lange blonde haren op. Zij draagt het typische bruine hemd van
Summum en houdt het logo van Summum in de hoogte. Onze date,
daar kan niet de minste twijfel over bestaan. Wij maken kennis
met Agnes die gedurende vijftien dagen onze, wij zijn in totaal
met zijn zeventien, reisbegeleidster zal zijn. Je kan het
fingerspitzengefühl noemen of iets anders maar uit de eerste
kennismaking concluderen we dat dit wel moet en zal loslopen.
Uit de ene nog werkende geldautomaat, de andere heeft de
geest gegeven of staat droog, halen we de eerste 2000 dirhams.
De koers bedraagt 9,40 dirham per euro. Onder de aankomsthal
bevindt zich het treinstation. Onze trein naar Rabat zal
vertrekken om 14u30. De tussenliggende tijd verstrijkt snel
terwijl we buiten genieten van de stralende en warme Marokkaanse
zon aan een helder blauwe hemel. Het is wel even wennen na dat
koude en natte gedoe thuis. De treinrit via Casablanca,
Mohammedïa en Rabat Agdal brengt ons in het centrum van Rabat,
onze eerste pleisterplaats en bovendien ook de eerste van vier
koningssteden die we zullen bezoeken. Vanuit de trein verwerken
we de eerste indrukken van het land en de natuur. Wat ons vooral
opvalt? Overal zie je mensen lopen. Door de velden, de met
stenen bedekte vlakten, door de bossen, langs de spoorweg.
Alleen, in groepjes of de dieren hoedend. Op weg van, onderweg
naar. Om 16u30 komen we aan in het station van Rabat. Bij het
buitenkomen van het station, slaan we direct rechts het hoekje
om. Agnes probeert zes petit-taxi's te organiseren. Onmiddellijk
ontstaat een drukte van jewelste. Er verschijnen
kandidaat-chauffeurs van allerlei slag. Maar zij kent haar
pappenheimers en binnen enkele minuten zijn 18 personen met
bagage verdeeld over 6 kleine taxi's, bagage boven op het dak.
Bestemming is Hotel Majestic op de avenue Hassan II in de
nabijheid van de medina.
We brengen onze bagage naar de kamer. Daarna trekken we onder
ons tweetjes op verkenning in de stad. Om 20u00 loodst Agnes de
bijna voltallige groep naar restaurant Widad in de medina voor
het avondeten. Het voorgerecht bestaat uit een salade van
allerlei groenten. Als hoofdgerecht nemen we beiden een tajine
van schaap. Een schotel met diverse soorten fruit vormt het
dessert. Daarna volgt er een Marokkaans gebakje en muntthee. Dit
alles aan 97 dh per persoon zonder drank. Het biertje aan 35 dh,
flag speciale genaamd, valt, zo blijkt later, aan de dure kant.
Om 23u00 liggen we vermoeid en languit op bed voor de eerste
nacht op Marokkaanse bodem.
15-04-2001 (Pasen)
Een haan begint te kraaien en speelt voor wekker die veel te
vroeg afloopt. Wij zijn dan wel wakker maar blijven toch nog
even liggen. Opnieuw is het een stralende dag met een helder
blauwe lucht. Een ontbijt is, zoals op de meeste dagen van het
jaar, aan ons niet besteed. Om 09u30 vertrekken we met een
groepje voor een wandeling. We lopen via de Mohammed V langs het
parlement en het station richting Koninklijk Paleis. Via het
breed paradeplein bereiken we het in de 18de eeuw
gebouwde paleis, (niet te bezoeken), dat naast de koninklijke
vertrekken ook onder meer de officiële werkruimte van de
premier en de kazerne van de lijfgarde bevat. Wanneer we te
dicht komen om foto's te maken of om een glimp van binnen op te
vangen, worden we teruggefloten. Vlakbij ligt de Moskee El Faeh.
Daarna gaat het richting Chellah (toegangsprijs 10 dh) oftewel
de dodenstad der Meriniden. Aan de rijk geornamenteerde
toegangspoort houden Gnaoua-dansers er de sfeer in met muziek en
dans. Binnen de muren van deze necropolis bevinden zich ook nog
de ruïnes van de Romeinse stad Sala Colonia; de bron van de
heilige palingen waar vrouwen gekookte eieren offeren aan deze
vissen om vruchtbaarheid af te smeken en de ruïne van de moskee
van de Meriniden. Naast deze moskee staan nog de restanten van
de medersa of koranschool waarvan de met mozaïeken versierde
minaret een geliefkoosde broedplaats vormt voor ooievaars.
Trouwens over de gehele site ontdekken we steeds meer
ooievaarsnesten.
We verlaten de Chellah en lopen door de wijk met vooral
ambassades. Het is warm en vlakbij de Place Abraham Lincoln
lassen we even een rustpauze in en nemen in restaurant Les
Jardins de Verone een drankje. Een cola kost er 8 en een koffie
7 dh.
Dan staat het mausoleum van Mohammed V op het menu. Dit
meesterwerk is ontworpen door een Vietnamees architect en is
versierd met onder andere marmer, edele metalen, mahonie en
ceder. Alles is hier luxe en raffinement. De koninklijke
sarcofaag is van witte onyx en staat onder een vergulde koepel.
Meerdere soldaten houden de erewacht maar ons lijkt het meer op
nonchalant de tijd proberen om te krijgen. Net ernaast staat wat
is overgebleven van wat de grootste moskee ter wereld moest
worden. Enkel een aantal zuilen en pijlers zijn er te zien. De
Hassan-toren, die het symbool van Rabat vormt, was een zelfde
lot beschoren. Hij moest 80 meter hoog worden maar bij 44 m
hielden de metselaars het voor bekeken. Jonge meisjes stellen
Carin voor een henna-tekening op de hand te zetten maar daar is
zij niet voor te vinden.
We lopen langs de oever van de Bon Regreg naar de
Oudaïa-kasbah. Hier vallen vooral de witte muren met blauwe
tinten op. De Portugese invloed is hier nog zichtbaar. Na enkele
keren in een doodlopend straatje te zijn vastgelopen, bereiken
we dan toch het uitkijkpunt. Er staat een strakke wind maar het
uitzicht over de oceaan, de riviermonding en Salé is prachtig.
Ondertussen is het 14u30 geworden en de medina komt stilaan
weer tot leven. Onze maag begint zich te roeren. Hoog tijd dus
om de inwendige mens ook iets te gunnen. In de medina op de hoek
van een straatje zal het gebeuren. Een tajine van rundvlees met
een cola, samen goed voor 25 dh per persoon, geeft ons weer
verse krachten om een tijdje door de medina te slenteren. Even
zijn we getuige van een opstootje onder Marokkaanse jongeren.
Wij besluiten wijs ons uit de voeten te maken zodat we dus ook
niet over de afloop van het gebeuren kunnen berichten.
We gaan dan even relaxen op de hotelkamer. De zon heeft
duidelijk voor de eerste keer toegeslagen dit jaar. Het stof zit
in ogen, oren en neus. We hebben toch wel enige kilometers in de
benen. Een uurtje op bed liggen en een douche kunnen echter
wonderen verrichten. Twee belangrijke vaststellingen van de dag
waren toch dat Rabat als een propere stad overkomt en dat er van
opdringerigheid of aanklampen vanwege de plaatselijke bevolking
tegenover toeristen hoegenaamd geen sprake is. We vragen ons af
of deze dag representatief is voor de dagen die nog komen.
's Avonds gaan we met een gedeelte van de groep eten in
restaurant La Clef, vlak bij het station. Het is er knus en
gezellig. Het eten en de drankjes zijn goedkoop en lekker. De
tajine kefta (45 dh), entrecôte met salade (65 dh) worden
smakelijk binnengewerkt. De tajine kefta was op aanraden van
Agnes maar achteraf vertelde zij dat hij niet zo goed was. Het
kon dus nog beter. Voor het eerst maken we kennis met de crème
caramel (10 dh). Een pintje kost hier slechts 14 dh en een cola
6 dh. Het blijft dan ook niet bij ééntje. Om 23u00 is het
opnieuw bedtijd. Dit was Rabat.
16-04-2001
Vermoedelijk dezelfde haan begint te kraaien. Om 7u15 slaan
we onze benen uit bed en nemen snel een douche. Om 7u45 is het
verzamelen geblazen aan de receptie. Dinant, Tanja, Carin en
Tony gaan de sportieve toer op. Terwijl de anderen de taxi naar
het station nemen, doen deze jonge sportievelingen het, gepakt
en gezakt, al lopend. Onderweg springen we nog even een
patisserie binnen om enkele ontbijtkoeken te kopen. De trein met
bestemming Fès vertrekt stipt om 8u55 op spoor 2 en zal precies
3 uur en 55 minuten onderweg zijn. Het traject vanuit Rabat
loopt eerst noordwaarts tot Kénitra, dan oostwaarts naar Sidi
Slimane en Sidi Kacem om dan weer in een zuidwaartse boog via
Meknès verder naar het oosten in Fès te eindigen. Onderweg
bewonderen we het natuurschoon in allerhande vormen. Een cola op
de trein kost slechts 7 dh. Bij aankomst in Fès, onze tweede
koningsstad, voelen we onmiddellijk de hogere temperaturen.
Buiten het station is het weer een gedoe van jewelste.
Uiteindelijk bereikt de hele bende met twee minibusjes en een
petit-taxi hotel Al Mounia. Dit hotel heeft drie sterren en men
is volop bezig met de restauratie. Om 15u00 gaan we in 3 grand
taxi's, 3 mercedessen, een tour rond de stad maken. Vanaf Borj
Sud hebben we een uitzicht over de medina of Fès el Bali, Fès
el Jedid en het moderne Fès. Aan de weg naar Taza brengen we
een bezoek aan de pottenbakkers waar vanuit de ovens reusachtige
zwarte wolken de lucht worden ingeblazen. We zien hoe de
mozaïeksteentjes gekapt worden en kunnen het hele
productieproces van de pottenbakkerskunst tot en met het
beschilderen volgen. In de bijhorende winkel kopen we ons eerste
souvenir, een beschilderde tajine-pot. We rijden dan rond de
stad tot vlakbij het Hôtel des Mérinides waar we opnieuw een
prachtig uitzicht krijgen maar dan van de andere kant.
Vervolgens gaan we even een kijkje nemen bij de Bab Boujeloud,
de toegang tot de medina. Als afsluiter staat het koninklijk
paleis Dar el-Makhzen op het programma met de in klassieke
Moorse stijl rijk versierde toegangspoorten. Het paleis zelf kan
echter niet worden bezichtigd.
Wat opvalt is dat in iedere stad alle petit taxi's dezelfde
kleur hebben maar dat deze kleur verschilt van stad tot stad: in
Rabat blauw, in Fès rood. Na de tour gaan we op een terrasje
nog een cola drinken. Het wordt weer goedkoper: 4,5 dh per cola.
Een mannetje met dikke gele pull en rood-geel gestreepte
gebreide muts zorgt voor afleiding. Luid pratend tegen zichzelf
loopt hij rondjes rond de blok. Eénmaal, tweemaal, misschien
wel twintig rondjes. We hebben dirhams nodig. De muur brengt
uitkomst aan 9,34 dh per euro.
's Avonds op het vaste uur, 20u00 dus, gaan we naar
restaurant Zagora. Het blijkt een iets deftiger zaak en het
dineren gebeurt bij kaarslicht. Carin neemt een op loempia
lijkend voorgerecht en een tajine als hoofdgerecht. Tony
probeert de soep Marrocain, een stevige soort tomatensoep,
gevolgd door een pastilla. We nemen allebei een ijsje als
dessert. Alles samen kost ons dit 220 dh. Een halve liter
Marokkaanse wijn kost 60 dh extra en een biertje wordt, na
aandringen van Agnes bij het personeel, herleid van 25 naar 20
dh. Voor het slapengaan springen we nog even een internetcafé
binnen. Even de weersvoorspelling opvragen die aangeeft dat het
iets frisser zal worden - maar we zullen niet mopperen - en
enkele e-mailtjes versturen. Dan is het bedtijd.
17-04-2001
Om 08u00 kruipen we uit bed. De daaropvolgende douche doet
ons verder wakker worden. We lopen even om het hoekje om in een
patisserie een ontbijt te kopen. De croissants, zes stuks,
kosten ons in totaal de ronde som van 8 dh. Eén voor één
versterken ze onze inwendige mens terwijl we toekijken hoe op
een rotonde een politieman alle moeite van de wereld doet om het
verkeer vlot te laten verlopen terwijl het resultaat zowat het
tegenovergestelde is. Een grote man met jellaba en rode fez
wenst ons een bon appetit. Later op de dag zullen we hem nog een
aantal keren terug zien in de medina. De man blijkt een gids te
zijn. Om 09u30 staan dezelfde 3 grand taxi's van gisteren klaar
om ons tot aan de Bab Boujeloud, de ingang van de medina, te
brengen. We betalen voor de taxirit plus de rondleiding door een
gids in de medina 50 dh per persoon maar we zullen er ook heel
veel voor in de plaats krijgen. De oude stad heeft in 1976 de
status van Uneso-cultuurmonument verworven. We leren dat Fès de
1ste psychiatrische kliniek en ook de 1ste
universiteit ter wereld had. In de medina die uit meer dan 9000
straatjes bestaat, wonen en werken zo'n 260.000 mensen. Fès is
ook het centrum van de kunstnijverheid en het handwerk, in al
zijn gedaanten. De straatjes hebben soms twee namen: een
officiële, administratieve naam en een naam die de bewoners
kennen en verwijst naar een gebeurtenis uit het verleden die
daar heeft plaats gevonden. Ezels vormen er in principe het
enige vervoermiddel. Zelfs de verkeersregels en verkeersborden
zijn er op afgestemd. "Balek, balek", betekent dat je,
voor je eigen bestwil, even van de aardbodem verdwijnt om een
zwaar beladen ezel die de totale breedte van het straatje nodig
heeft, te laten passeren. Midden in de medina bezoeken we een
groot huis met binnenplaats dat onder toezicht van de Unesco
staat en het centrum van de Andalusische muziek is. In de
openbare bakkerij komen de mensen hun brood laten bakken. Het
mausoleum van Moulay Idriss II, de medersa Attarin, de place
Nejjarine met de kleurige mozaïeken versierde fontein. Het
straatje met de textielververs. Het plein met de kopersmeden.
Meer dan eens klinkt het "Monsieur moustache" in mijn
richting. Het streelt toch wel een beetje mijn ego om nu ook in
Marokko herkend te worden. De weverij waar we demonstratie en
uitleg kregen maar waar uiteindelijk niet gekocht werd. De
kaarsenverkopers. En dan heb je natuurlijk nog de kruiden, het
fruit, de dadels en vijgen, de zoetigheid en het vlees. De lunch
nuttigen we in restaurant Tijani, met typisch Marokkaans
interieur, vlakbij Sidi Ahmed Tijani. Het voorafje bestaat uit
allerlei schaaltjes met diverse groenten, sausjes en
soppedingetjes. Als hoofdschotel probeer ik opnieuw de tajine
kefta terwijl Carin enkele brochetten naar binnen werkt. Agnes
krijgt haar tajine kefta niet volledig binnengewerkt; ik maak de
schotel wel even leeg in haar plaats. Het voorgerecht en de
hoofdschotel komen samen op 80 dh per persoon. De cola, koffie
of thee kosten 10 dh. Na de lunch bezoeken we onder meer nog een
apotheek waar we een hele uitleg krijgen over een uitgebreid
arsenaal aan middeltjes die nog meer kwalen verhelpen en over
parfums. Ons reukorgaan wordt hier zwaar op de proef gesteld.
Maar ook het beeld van de kuipen met duivenpoep, kalk, klei en
kleurstoffen van de leerlooierijen zal ons altijd bij blijven.
In de bijhorende winkel is het weer geldbeugel bovenhalen.
Voormalige handelshuizen worden nu als opslagruimte gebruikt.
Normaal zou de tour eindigen omstreeks 15u00. Uiteindelijk
bereiken we het eindpunt, Hotel Palais Jamais *****, om 16u30.
Je kan onmogelijk alles bezoeken. Toch is onze gids die hier
geboren en opgegroeid is, erin geslaagd ons bijna alles maar
zeker de voornaamste attracties te laten zien. Voorzien van een
degelijke en uitgebreide uitleg. Hij verdiende dan ook een extra
fooi. De petit-taxi terug naar het hotel kost 12 dh op de meter.
We nemen even een douche om ons op te frissen. Daarna gaan we
nog even op hetzelfde terrasje van gisteren een cola en koffie
drinken en … mensjes kijken. Hier komt de markt naar je toe.
Alles probeert men hier te slijten: schoenen, sokken, broeken,
hemden, jassen, truien, dassen en sigaretten per stuk. Inderdaad
op straat kan je de sigaretten los en per stuk kopen. Om 20u00
gaan Agnes, Tanja, Carin, Dianant en Tony samen eten. De
vermoeidheid eist zijn tol bij zowat iedereen. Bovendien heb ik
in de loop van de dag mijn enkel verzwikt en heb ik een blaar
van formaat onder mijn voet. Het voelt nu ook een heel stuk
frisser aan. Het wordt dus restaurant Marrakech op zo'n 100m van
het hotel voor een kleine en snelle hap. Om 21u30 lig ik al
horizontaal nog even het dagboek bij te werken. Al snel vallen
de oogjes dicht en laat ik de wakkere wereld voor wat hij is.
18-04-2001
Agnes heeft, natuurlijk, geregeld dat we een dag eerder
beschikken over de minibusjes zodat we hiermee de daguitstap
naar Volubilis, Moulay Idriss en Meknès kunnen maken. De
dagtrip kost 180 dh per persoon. Iedereen gaat mee. Of nog maar
eens een bewijs dat op iedere regel uitzonderingen bestaan. De
chauffeur van de andere bus heet Hammou, onze chauffeur is
Hassan. Beiden houden wel van een grapje. We spreken elkaar al
snel aan als monsieur chauffeur en monsieur moustache. Onderweg
van Fès naar Volubilis lijkt het soms wel of we door Wales
toeren. In het heuvel- tot bergachtig landschap grazen talloze
schapen. Dan weer rijden we langs graanvelden of
olijfboomgaarden. Langs de weg zijn kraampjes uit klei
opgetrokken waar olijven en flessen olijfolie worden verkocht.
Onderweg maken we af en toe een fotostop. Het uitzicht en
panorama is dan fantastisch en overweldigend. Wat ons weer
opvalt? Overal zie je mensen lopen. Door de velden, de met
stenen bedekte vlakten, door de bossen, langs de weg. Alleen, in
groepjes of de dieren hoedend. Op weg van, onderweg naar. Ook
ezels, het nationale vervoermiddel bij uitstek, zie je overal.
In alle formaten, types en kleuren. Af en toe gaat het naast de
weg een beetje steil naar beneden. Een gedeukte en bijna
volledig verroeste auto in de afgrond is de stille getuige van
een minder aangename ervaring voor de bestuurder en eventueel
inzittenden ervan. Ineens kijken we in de verte op de site van
Volubilis, de beste bewaarde Romeinse overblijfselen van
Marokko. We zijn nog maar net, eerst 10 dh per persoon betalen,
de site binnengewandeld of Reiny maakt de opmerking dat met Tony
en Carin bijna geen ernstig gesprek te voeren is. De aanleiding
en de juistheid van deze uitspraak laten we hier verder zonder
commentaar maar er mag al eens gelachen worden. De Romeinse site
dus. Men vermoedt dat nog niet de helft van de totale site is
blootgelegd. Bij het binnenkomen links is men momenteel bezig
met verdere opgravingen te doen. In het huis van Orpheus zien we
de eerste mozaïeken. Goed bewaarde, mooie mozaïeken zien we
verder onder meer nog in het huis met de werken van Hercules en
het huis van Venus. In de hoofdstraat die vanaf de porte de
Tanger door de hele stad liep, staat nog de triomfboog. Van het
kleine forum is niet veel meer te zien, van het capitool en de
basiliek echter meer. Echt de moeite waard. Vermeldenswaard nog
is dat het mij erg verdacht leek dat op een afgelegen plek een
man met een hamertje op de grond zat te kloppen. Plicht of
eigenbelang?
Daarna rijden we door naar Moulay Idriss. De plaatselijke
gids, Abdul Mourhit, geeft ons tekst en uitleg en leidt ons
rond. Moulay Idriss is de heiligste stad van Marokko en het
belangrijkste bedevaartoord. Moulay Idriss die hier begraven
ligt, was een afstammeling van Fatima, dochter van Mohammed. Er
zijn bijgevolg onder meer geen hotels, discotheken of alcohol te
vinden. Voor moslims met weinig middelen vervangt een tocht naar
Moulay Idriss de bedevaart naar Mekka (7 maal een tocht naar
Moulay = 1 maal Mekka). We klimmen omhoog naar de bovenstad en
komen langs de ronde minaret. Van daaruit krijgen we een fraai
uitzicht op de heilige plaatsen.
Tenslotte staat Meknès, onze derde koningsstad, op het
programma. We stoppen bij de Bab Mansour aan de Place El Hedim.
Vlakbij, in restaurant Bab Mansour, gaan we onder ons tweetjes
eerst even lunchen. Als een omelet met frites en rijst slechts
12 dh en een cola ook maar 4 dh kost, moet je al een ezel zijn
om honger of dorst te lijden. Aan het tafeltje naast ons zit een
vrouw van de streek. Als ze mij monsieur moustache noemen, dan
moet zij madame moustache zijn! Daarna lopen we even door de
soeks en de overdekte markt. De stapeling van groenten, fruit en
kruiden in veelkleurige, fraaie torentjes trekt onze aandacht.
De geur, of is stank een beter woord, van de vleesafdeling
dringt diep in de neus door. Vlees, poten, levende kippen tot
volledige runderkoppen liggen, staan of hangen er uitgestald. We
wandelen richting mausoleum. Eerst gaan we nog op de foto met
een waterdrager in traditionele klederdracht. Eerst ééntje met
Tony, dan ééntje met Carin. Samen 10 dh. Mannetje gelukkig,
wij gelukkig, iedereen gelukkig. Zo hoort het toch? Het
mausoleum van Moulay Ismail dan dat ook voor niet-moslims
toegankelijk is. De toegang is gratis. We komen eerst in een met
mozaïeken beklede voorhof. Bij de drempel van de gebedsruimte
moeten we onze schoenen uittrekken. Tot welke
luchtverontreiniging dit kan leiden, beseffen onze reukorganen
maar al te best. Daarna nog een beetje mensen spotten en op de
gevoelige plaat (diskette) vastleggen. Binnenkort zijn ze op de
computer te bewonderen. Ze moesten het weten! Voor 10 dh
bezoeken we het Pavillon des Ambassadeurs met de onderaardse
ruimtes. Dan volgt de terugrit naar Fès. Vanaf morgen trekken
we richting woestijn en is het volgens Agnes niet meer zo
evident om te pinnen. Vermits de tocht nog lang is en er toch
nog enkele uitgaven (dromedarisrit, nachtje woestijn, souvenirs)
gekend of te verwachten zijn, gaan we nog even snel ons ding
doen aan 9,38 dirham per euro.
's Avonds eten we in restaurant Al-Khozama, eenvoudig maar
goed. Om een ideetje te geven: cola of fanta 5dh; harira (soep)
10dh; (reuze) salade 15dh; pizza champignons 40 dh; brochette
kefta 30 dh. Bij het verlaten van het etablissement zorgt
ondergetekende voor enige hilariteit door ongewild te struikelen
over het opstapje en bijna letterlijk buiten te liggen. En dan
is het weer bedtijd en gaan we onze laatste nacht Fès in.
19-04-2001
Het vertrek naar Erfoud met oversteek van de Midden-Atlas
staat gepland voor 07u00. Nadat alle bagage is gestouwd in het
aanhangwagentje of op het dak van de minibus, vertrekken we met
15 minuutjes vertraging. Ondertussen bevat de ziekenboeg in de
persoon van Henny reeds een eerste slachtoffer. De dag begint
bewolkt en frisjes. Onderweg zien we talrijke boomgaarden van
onder meer appels en kersen. Ook vallen de stapeltjes stenen op.
Deze doen ofwel dienst als grafsteen ofwel als afbakening van
percelen of, zoals later zal blijken, aanduiding van de wegen in
de woestijn.
Na een goed uur rijden houden we een eerste stop in Ifrane
bij Hotel Chamonix. Binnen staan de skilatten en -schoenen tegen
de muur. Voor de liefhebbers is er koffie of thee aan 10 dh.
Ifrane is gelegen op 1650 meter hoogte en er staan verbazend
luxueuze villa's en chique chalets. Bovendien is er een
universiteit met niet alleen studenten uit Marokko maar ook uit
Lybië, Algerije, Tunesië, … Bij Ifrane begint ook het Forêt
des Cèdres.
De volgende korte stop houden we in Azrou om ontbijtmateriaal
in de vorm van croissants in te slaan. In het centrum staat
werkelijk een rots (azrou betekent 'rots') en de
allereerste school van Marokko zou er door de Fransen gesticht
zijn.
Iets verder, in het cederbos, zitten plots een aantal apen op
een open ruimte naast de weg. We zijn geen specialisten maar het
lijken een soort bavianen. De laatste twee koekjes met volledige
noot midden er op, die ik gisteren in Moulay Idriss kocht
waardoor een oudere man een gelukkig moment kende, krijgen nu
een onverwachte bestemming. Een jong exemplaar van onze
soortgenoten heeft het eerste koekje beet. Hij peutert er eerst
de noot uit en begint dan te peuzelen. Wanneer ik ook het tweede
koekje richting apen rol, is hij er als de apen bij om ook dat
tot zijn eigendom te promoveren. Met scherp gekrijs houdt hij
zijn vriendjes op afstand. Hij heeft onmiddellijk
begrepen dat het zakje leeg is, dat er niks meer te rapen valt
en gaat een eind verder onder een boom genieten van zijn buit.
Op de weg beginnen enkel volwassen exemplaren te schreeuwen en
te springen. Is het een schijngevecht of een paringsdans. In
ieder geval resulteert het in een poging om kleine aapjes te
maken.
We komen in een landschap van stenen, keien en rotsformaties.
Eén enkel kabbelend beekje. De flora bestaat dan nog enkel uit
lage begroeiing, grassen en bloemen. Iets voorbij Timahdite
stoppen we. Een eind van de weg staat een tent van Berbers. Een
familie bestaande uit meerdere generaties heeft hier een
tijdelijk onderkomen gevonden. Ik probeer mij even te
onderhouden met de kleinste, een peuter van twee of drie jaar,
maar er komt geen woord, zelfs geen klank uit zijn keel. Het
leidt achteraf gezien wel tot een leuke foto. De oudste, een
vrouw, neemt alles aan: geld, stylo's, bonbons, sigaretten (niet
één maar liefst twee tot hilariteit van de groep en haar
familieleden). Een andere vrouw zit buiten een vuur te stoken en
brood te bakken. We worden binnen uitgenodigd waar de pater
familias een oogje in het zeil houdt en een vrouw ons
thee inschenkt. Alles wel beschouwd een leuke verrassing en
aangename ervaring.
De lunch nemen we in Midelt: een omelet berber voor 25 dh en
een cola. Voordat we echt de woestijn intrekken, slaan we een
voorraadje alcohol in. Een fles wodka lemon voor 120 dh en
enkele blikjes flag aan 10 dh worden mooi in krantenpapier
gedraaid en in een zwarten plastic zak gestopt (verstopt?).
Het landschap verandert en bestaat uit droge rivierbeddingen,
stenen, stof, stof, dorpen en steden in de kleur van de
omgeving. Af en toe een oase of dorpjes in the middle of
nowhere. We houden even een stop en lopen een dorpje in. Vanaf
een bepaald punt mogen de heren uit het gezelschap niet meer
verder. Iets verder namelijk, in een hete bron die uitkomt in
een rivier, nemen dames hun bad.
Bij Oued Ziz houden we nogmaals een fotostop. We rijden
voorbij de Barrage de Hassan Addakhil. In Er Rachidia, de
laatste grote stad vóór je echt de woestijn ingaat, is er nog
een korte sanitaire stop. Ondertussen begint er al een wind op
te steken wat in deze stoffige omgeving tot minder aangename
situaties leidt. Van hieruit, het vroegere Ksar-es-Souk, is het
nog ongeveer 85 km tot Erfoud. Bij de oase en blauwe bron van
Meski stappen we nog even uit. Men noemt ze de 'blauwe bron'
omdat de 'blauwe mannen', de touaregs, er vaak kwamen. In één
van de kleine souvenirwinkeltjes, toevallig of niet? omdat ook
Agnes er zit?, krijgen we een thee aangeboden. Verder op weg
naar Erfoud, terwijl de wind alsmaar toeneemt. De laatste stop
is bij een natuurlijke bron die als een fontein het water enkele
meters de lucht inspuit. De grond is er rood en vertoont mooie
patronen omdat het water verdampt en het ijzer dat erin zit als
residu achterblijft.
Dan begint het even op een echte zandstorm te lijken. Nog
enkele kilometers en dan bereiken we ons hotel in Erfoud. Hotel
Farah Zouar. Op de kamer nemen we even een aperitiefje om het
zand weg te spoelen. Ondertussen horen we de wind echt loeien.
Het zand is in deze omstandigheden echt niet buiten te houden.
De vensterbank, het nachtkastje, de bedsprei, alle hebben ze een
laagje geel woestijnzand. Onder meer hiervoor, voor dergelijke
ervaringen, ga je op vakantie. In afwachting van het vertrek
voor het avondeten sla ik beneden een praatje met een jonge
'blauwe man' die geboren is in Merzouga. De chauffeurs zijn erg
gedienstig en brengen de vrijwilligers met het busje naar
Café-restaurant des Dunes. Het gastenboek getuigt al jaren van
het succes dat de zaak kent. Ondergetekende schrijft er even,
ondanks de vermoeide hersenen en los uit de al even vermoeide
pols, een kort verhaaltje in dat door de overigen mede
ondertekend wordt. Tweemaal omelet met brochette en een cola
kosten samen 75 dh. Terug op de kamer is de storm goed te horen.
Het heeft iets. Luisterend naar de natuurelementen, vallen we in
slaap.
20-04-2001
Om 09u30 vertrekken we in drie Land Rovers met bestemming
Merzouga, dwars door de woestijn. Nog voor het vertrek maak ik
een jongetje blij door het kopen van een fossiel. Echt of nep?
Is het belangrijk? Het is in ieder geval mooi. Als toemaatje
krijg ik van het jongetje een extra steentje en een dromedaris,
geweven van het blad van de palmboom. De bagage blijft in het
hotel, we nemen enkel wat handbagage mee voor twee dagen. Al
snel is er een eerste stop bij een fossielenverkoop. De
fossielen blijken 510 miljoen jaar oud te zijn. We kopen enkele
kleine exemplaren. Dan rijden we verder, naar men zegt een stuk
over de piste van Paris-Dakar. We zien nu een fata morgana in
het echt. Een heel eigenaardige ervaring. Het ene moment zie je
in de verte water maar blijf je op dat punt focussen en kom je
dichter bij, is het zo weer verdwenen. Opnieuw houden we halt
bij een nomadentent. We liggen aan en slurpen aan de thee. We
krijgen zicht op de zandduinen en in de verte zien we Algerije
liggen. Dan bereiken we Merzouga. Hassan leidt ons door de
tuinen van het dorp dat in de jaren zestig door zijn grootvader
werd gesticht. Ieder familie heeft er haar eigen tuintje waar
door middel van irrigatie tuinbouw en beplanting mogelijk is.
Hij leert ons dat in de zomer de temperaturen kunnen oplopen tot
58 °C en dat het in de winter kan vriezen tot -5 °C bij
maximumtemperaturen van 15 à 20 °C. In het dorp zelf geeft
zijn broer, Ali, uitleg over de tapijten. Hoe ze gemaakt worden
en wat de figuren voorstellen. We
kopen een langwerpig exemplaar van 2,20 m (de lengte van onze
tafel) dat als tafelloper moet dienst doen. Terug thuis lijkt
het alsof ie op maat en op bestelling is gemaakt. Met de
complimenten "Tony, you're real Berber, I see it in your
eyes", krijg ik nog even de kamers van hun guesthouse te
zien. Ik hoef een volgende keer maar vanuit Casablanca of
Marrakech te telefoneren (Ali geeft speciaal telefoon- en
gsm-nummer mee) en hij komt ons ophalen, de kamer krijgen we er
gratis bij.
Dan gaat het richting Kasbah Tombouctou. De
overnachtingsplaats in de woestijn. Maar niet voor acht onder
ons. De echten zullen de nacht doorbrengen in een authentieke
nomadentent midden in de zandduinen van Erg Chebbi aan de voet
van de hoogste duin. We betalen 350 dh per persoon voor de
verplaatsing, de overnachting en het avondeten. Eerst nemen we
nog een lunch met salade of omelet. Om 16u30 worden we door een
Land Rover een eind verderop aan de rand van de zandduinen
gebracht. Ondertussen is een mannetje onderweg met acht
dromedarissen. Er staat ons nog een rit van een goed uur op de
rug van de dromedaris te wachten. We kruipen in het zadel.
Natuurlijk ligt het dier nog neer. Het rechtkomen van de
dromedaris is even schrikken en al een belevenis op zich. Hij
strekt eerst zijn achterste bovenbenen; we tuimelen naar voren.
Dan de voorste bovenbenen; bijna een achterwaartse salto. De
achterste onderbenen; een zwiep naar voor. De voorste
onderbenen; en we staan recht. De hoogte verrast toch een
beetje. We vertrekken. Het is even wennen. Schommelen maar. Het
duurt toch even vooraleer ik het goede ritme en de goede
bekkenbeweging te pakken heb. 'Denk maar aan …., wel ja, die
cadans.' Enkel bij het afdalen van een duin is extra aandacht en
voorzichtigheid geboden. Het uitzicht is adembenemend. Eén
groot wasbord van gouden welvingen en kammen. De zon begint te
zakken. De resulterende schaduwen van toeristen op een
dromedaris doen me wegdromen. En dan die ruimte, die stilte, die
duinen, het zand. "Relax max without fax" wordt hier
bewaarheid. Het spoor dat we volgen ligt bezaaid met keutels 'camel
shit'. Na een uur ontwaren we aan de voet van de hoogste
duin palmbomen en een aantal groepen nomadententen. Bij de
ingang van ons dorp, zes tenten groot, is een tuintje met
ondermeer uien- en tomatenplanten. We worden ontvangen met
berberwhisky oftewel thee. Enige tegenvaller is de bewolking
zodat we niet kunnen genieten van een sterrenhemel. Later op de
avond breken toch een aantal sterren door de bewolking. We eten
bij kaarslicht in de tent samen met drie koppeltjes, ééntje
uit Luxemburg, ééntje uit Engeland en ééntje uit Italië.
Met zijn veertienen zitten, liggen we dus gezellig te eten uit
drie grote schotels met groenten, kip en aardappelen. Daarna is
er nog een schotel sinaasappelen en thee. Het mannetje dat het
eten bereid heeft, de tafels klaar gezet en het eten gebracht,
gaat nu ook afruimen en brengt de muziekinstrumenten aan voor de
gidsen. Hij is meid voor alle werk. Er wordt muziek gemaakt en
een poging gedaan om liederen van allerlei slag en taal ten
gehore te brengen. Het blijft bij een poging. Om 22u30 kruipen
we onder de dekens. Onze allereerste nacht in een tent in de
woestijn. Het duurt even voor we de slaap vatten maar dan gaat
het in één ruk door tot …
21-04-2001
… we om 05u00 gewekt worden. In het oosten zien we nog
één heldere ster en een maansikkel. Dinant en ik besluiten de
hoge duin te beklimmen. Ik kom op één derde van de af te
leggen weg mezelf tegen. De nagenoeg inspanningsloze laatste
drie maanden eisen hier hun tol. Terwijl Dinant uiteindelijk
boven geraakt, blijf ik ter plaatse liggen. Het is nogal
frisjes. En dan is het wachten en genieten. Langzaam verschijnt
een lichte gloed, een oranje schijnsel aan de einder. Een tijdje
later is ie daar, de koperen ploert. Eerst beetje bij beetje
maar dan gaat het vlug. Al snel laat hij zijn ware gedaante
zien. We drinken nog even een thee om wat op te warmen. Dan
vatten we de terugweg aan richting kasbah Tombouctou d.w.z.
eerst een uurtje op de dromedaris, dan nog even de Land Rover.
Daar wordt het water warm gestookt zodat we een douche kunnen
nemen. Het ontbijt (20 dh) bestaat uit brood, gekookt ei, jam,
jus d'orange en thee of koffie. En dan vatten we de terugweg aan
met de Land Rovers richting Erfoud.
We maken een korte stop in Rissani. De huidige koninklijke
dynastie is afkomstig uit Rissani dat ook de eerste koningsstad
was in de geschiedenis van Marokko. Een gids geeft een korte
rondleiding, ondermeer in het vroegere paleis. Kinderen vragen
naar bonbon, stylo, dirham. Wanneer ik moet hoesten en zeg
"ben ziek", beginnen een aantal kinderen eveneens te
roepen "ben ziek, ben ziek". Wie weet wat een volgende
groep toeristen te horen krijgt. Een man probeert nog wat
souvenirs te slijten en prijst zijn waren aan met
"prachtig, allemachtig, mooi".
In Erfoud zelf gaan we nog even een kijkje nemen in een
bedrijfje waar rotsen en stenen met fossielen worden gezaagd en
gepolijst. In het annex winkeltje worden allerlei stenen
voorwerpen met figuren van fossielen verkocht zoals,
onderleggers, tafels, schaakspelen, klokken, briefopeners, ….
Dan gaan we in hotel Farah Zouar onze bagage ophalen. Van het
jongetje dat mij de dag voordien een steen met fossiel verlapte,
krijg ik opnieuw een steen in de handen gedrukt als dank. Voor
hem ben ik een vriend. Voor zijn maatje die niets verkocht
kreeg, zal ik immer een doodgewone toerist blijven. Onderweg
stoppen we dan voor een lunch. Nadat een buslading Engelsen is
opgekrast verhuizen we van het terras naar de tuin. Een omelet
berber, een omelet kees en twee cola kosten 34 dh.
Wanneer tak-tak-tak-tak-tak, de man die de bediening verzorgt,
zich even neerzet, een flesje Kronenbourg opentrekt en een
jointje rookt, merkt hij mijn jaloerse en tegelijkertijd
vragende blikken. Hij verkoopt geen bier maar ik krijg er
ééntje gratis van het huis. Kijk, dit verdient een extra fooi.
Het wisselgeld op een briefje van 50 mag hij houden. "Merci
monsieur". Later stoppen we nog even bij een aantal oude,
zeer oude waterputten. In de Super Marché "Chez
Michèle" in Tinerhir slaan we nog wat blikjes en een fles
in. Bij een uitzichtpunt, met zicht op Tinerhir en de
palmentuin, laat onze chauffeur zien hoe een vastgebonden,
gestresseerde dromedaris een fles water leeg tuttert. Het is dan
nog slechts enkele kilometers tot Hotel "Les Roches"
midden in de Todra-kloof. Op de kamers is er slechts
elektriciteit van 18u00 tot middernacht. Daarna is het behelpen
met kaars of zaklamp. We hangen nog een beetje rond, eerst op
het terras, daarna binnen bij een wodka-cola. Dineren doen we
deze avond in het hotel zelf. Een soep voor 20 dh, salade mix
voor 25 dh, tagine kefta voor 50 dh en een biertje voor 25 dh.
Erna wordt nog een beetje muziek gemaakt maar om 23u00 is de
kaars uit.
22-04-2001
We slapen even uit tot 9u00. Een half uurtje later vertrekken
we voor een wandeling door de Todra-kloof. We maken foto's van
de enge doorgang, van de schoonheid van de ons omringende
rotsen, van enkele 'locale schoonheden', van planten, van
kevers, geiten, ezels en eekhoorns. Tegen een helling staat een
nomadentent. Broertje en zusje komen als geiten over de rotsen
naar beneden gelopen. Het jongetje vraagt eerst om water en
drinkt gulzig van het water in onze bidon dat echter nog een
wodkasmaakje heeft van de dag voordien. Toen fungeerde deze
waterbidon immers als wodkahouder. Het meisje neemt eerder uit
beleefdheid ook een slokje. Daarna acht het jongetje het moment
gekomen om ook naar stylo, bonbon en dirham te vragen. Wat dit
betreft, vangt hij echter bot. Een jonge vrouw, mogelijk zelfs
nog een tiener, vraagt of wij Engels praten. Zij is Amerikaanse,
in haar eentje bezig aan een reis rond de wereld. Ze werd lastig
gevallen door een jonge Marokkaan op de fiets en wil even
blijven babbelen totdat haar belager is verdwenen. Na een
kwartiertje bedankt zij ons, wij wensen haar good luck. Na 3,5
uur begint onze maag zich te roeren. Tijd om een hapje te eten.
In de tent naast het hotel eet Carin een salade en een omelet
terwijl ik een tajine poulet - het is zondag en dus tijd voor
een kippetje - neem. In de namiddag gaan we met de ganse groep
een wandeling maken in de palmentuin van Tinerhir. Ahmed en
Rashid nemen ons op sleeptouw. In de tuintjes staan onder
meer groenten en gewassen voor mens en dier. Ahmed
vertelt terloops dat het nationale voetbalteam van Marokko de
dag voordien de interland tegen Namibië in de voorronde voor
het WK met 3-0 gewonnen heeft. Rashid bewijst zelfs zijn
klimkwaliteiten door in een dadelpalm te klimmen. Dit is niet
zonder gevaar. Een achterwaartse val op de rug kan fataal
aflopen. Tijdens de dadeloogst is dit één van de grootste
doodsoorzaken in de oases.
Uiteindelijk eindigt de wandeling in een huis waar we thee
krijgen en een vrouw demonstreert hoe de wol gekaard wordt, hoe
ze deze nadien spint zonder spinnewiel en slaat dan aan het
weven. Op het voorstel om een aantal tapijten te laten zien,
wordt vanuit de groep weinig enthousiast tot negatief
gereageerd. Dit betekent meteen het einde van het bezoek.
s' Avonds trekt het ondertussen standaard groepje van tien op
het standaard uur, 20u00 dus, met zaklamp - want ook geen
straatverlichting - naar restaurant La Vallée. Het oversteken
van de Todra over een boomstam verloopt zonder noemenswaardige
problemen. We laten ons de kahlia (45 dh) lekker smaken.
Achteraf bespelen enkele mannen Arabische muziekinstrumenten. De
poging tot meezingen valt eigenlijk weer in het water. Er zitten
duidelijk geen zangtalenten in de groep. Dan vatten we de
terugweg aan. Het is balkdonker. Rein belandt bij het oversteken
van de Todra zelfs in het koude kristalheldere water en is tot
aan zijn knieën nat. Voor het overige bereiken we toch nog
zonder verdere kleerscheuren onze hotelkamer.
23-04-2001
Er staat een lange rit naar Marrakech over de Hoge Atlas op
het programma. Het vertrek is voorzien om 7u00. Agnes had de dag
voordien gevraagd extra uit te kijken want tegen de 300 m hoge
rots voor het hotel zou een geit wonen. Er is maar één middel
om de waarheid van dit verhaal te controleren en vast te leggen,
nl. deze geit op foto vereeuwigen. En wat denk je? De foto met
de zwarte geit op de rots tegenover hotel "Les Roches"
draagt als stempel 23/04/2001 06u56. Ondertussen hebben we nog
altijd geen regen gehad. We hadden er op zich ook niet echt
behoefte aan. Op het thuisfront, zo bleek, was het net andersom.
Bij een eerste stop bij El Kelaa des M'Gouna, de streek met
de rozenvelden, kopen we bij een winkeltje een ontbijtje en
enkele flesjes rozenwater. Pingelen is er niet bij maar we
krijgen er wel een lippenstift gratis bij. Enkele kilometers
verder bij een volgende stop zien we duidelijk de rozenvelden
waar men volop bezig is met de pluk. De verwerking van rozen tot
rozenwater, valt echter niet te bezoeken. Staatsgeheim?
In Skoura houden we een volgende stop. We zitten in de streek
die de naam 'Vallei van de duizend kasba's' draagt. We bezoeken
de kasba (Ameridill) die nog bewoond is en die afgebeeld staat
op het briefje van 50 dirham.
We passeren Ouarzazate. Enkele kilometers buiten Ouarzazate
stoppen we eventjes bij de Atlas Corporation Studios waar onder
meer Lawrence of Arabia werd opgenomen. In het volgende
plaatsje, Aït Benhaddou, vormden de oude ksar en het oude dorp
een indrukwekkend natuurlijk decor voor een aantal films. De
Unesco heeft het plan opgevat om de extra poorten die gebouwd
werden voor 'The jewel of the Nile' weer te verwijderen. In de
tent buiten bij restaurant 'La Baraka' gaan we er relaxed
bijliggen met een cola en eten een omelet. Het leven van een
toerist kan soms ook een aangename kant hebben.
Even later passeren we de Col du Tichka op 2260 m hoogte en
nog iets verder stoppen we om iets te drinken. Een lekker fris
pilsje (15dh) smaakt dan heerlijk, een tweede gaat mee de bus in
voor onderweg. Scherpe haarspeldbochten, stijgen en dalen,
bangelijk mooie panorama's. De renners in de Tour du Maroc
kunnen hier hun hartje ophalen of afzien als de beesten.
Tegen valavond komen we aan bij ons hotel in Marrakech, Annex
Hotel "De Foucauld", net buiten de medina. Dit is een
verhaal apart. Toch even vermelden dat we niet noodzakelijk een
hotel met sterren moeten hebben of grote luxe. Dit was vooraf
geweten. Indien het hygiënisch en proper is en aan de minimum
eisen voldoet, volstaat dat voor ons. Deze voorwaarden waren nu
wel ongeveer vervuld maar toch moesten we hier even slikken.
Speelde de vermoeidheid of andere irritaties hier ook een rol?
Toch sloot het raam niet. Toch kon het te smalle gordijn
onmogelijk het raam bedekken. De twee smalle éénpersoonsbedden
namen bijna de volledige oppervlakte van de kamer in zodat we
aardig moesten mikken om onze rugzakken te laten zakken en te
kunnen plaatsen. In de badkamer hing de verf in flarden aan het
plafond, was de lamp bij de spiegel wel heel ongelukkig
geplaatst, stond het toilet nagenoeg onder de douche zonder
douchegordijn (zelfreinigend toilet dus), stond het toilet zo
dicht tegen de muur dat we enkel in een hoek van 90° konden
plaats nemen en gaven de leidingen een lawaai alsof de hele stad
werd opengebroken met drilboren. Van de airco hebben we onze
handen maar afgehouden om ongevallen en verdere ongemakken te
vermijden. Als we onze collega's hoorden praten, hadden wij
gewoon pech gehad bij de lottrekking. Na een vermoeiende dag en
een goed slaapmutsje kan je overal slapen. Ieder huisje heeft
zijn kruisje en wie laatst lacht, best lacht.
's Avonds, traditiegetrouw om 20u00 dus en even
traditiegetrouw met groepje van 10, brengt Agnes ons naar het
indrukwekkende plein Jemaa-el-Fna, naar het dakterras van
Brasserie du Glacier, consumptie verplicht. Het schouwtoneel dat
zich dan laat bewonderen! Fantastisch, onvoorstelbaar,
sprookjesachtig, zelfs een beetje angstaanjagend. Een groot
gedeelte van het plein is gewoon één groot restaurant in de
openlucht. Koks met witte jassen en witte mutsen zijn bezig als
ijverige mieren. Het lijkt wel één grote barbecue. Vlammen en
rookwolken schieten de lucht in, prikkelen onze neus en nodigen
uit. Dus dalen we af en storten ons in de menigte. Bij de kraam,
of moeten we restaurant zeggen, midden tussen zovele andere,
zwaait stoere stevige mama de scepter (Rashid en Rashida). Eerst
wordt Agnes uitbundig welkom geheten. Daarna wordt het ook voor
de anderen handen schudden. Wanneer het luidruchtig en familiaal
"hé moustache" klinkt, staat mijn besluit vast.
Zolang ik in Marokko ben, zal ik mij niet meer scheren. Ik voel
me toch al een beetje Marokkaan onder de Marokkanen. Om
voldoende plaats vrij te maken voor onze groep moeten er eerst
slachtoffers vallen. Bij drie jonge Marokkaanse dames worden de
borden onder hun handen en neus weggetrokken. Klaar met eten of
niet, ophoepelen. Wanneer ze op onze fronsende blikken beteuterd
reageren met te zeggen dat ze klaar waren, hebben wij daar sterk
onze twijfels over. Er wordt salade varié, kip, worstjes, vis,
frieten, brochetten, brood, water, couscous, … en thee
aangevoerd tot ieders buikje weer gevuld is. En dit alles voor
de ronde som van 28 dh per persoon, zo goed als voor niks dus.
De sfeer kregen we d'er gratis bij. We nemen afscheid en
slenteren eerst nog wat rond en daarna terug naar het hotel.
Enkele slokjes rum doen ons al snel de slaap vatten.
24-04-2001
Om 09u00 opstaan en douchen en een halfuurtje later gaan we
lopen. Aan de Bab el Jedid blijven we buiten de stadsmuur en
wandelen tot de Bab Ighli. Ondertussen pikken we nog een scène
mee die je in België of Nederland zelden of niet zal tegenkomen
en daarom ook zo onze aandacht trekt. Een bromfiets stopt bij
een politieman die langs de kant van de weg staat om een oogje
in het zeil te houden. De twee jonge mannen stappen af en geven
de arm der wet niet alleen een hand maar ook een zoen. Wat is
het leven toch mooi! Bij de Bab Ighli keren we terug langs de
stadsmuur richting Bab er Robb. Ondertussen hebben kinderen die
tevergeefs "dirham, dirham" vroegen, met stenen naar
ons liggen smijten. Kinderen konden eventueel alleen op iets
rekenen wanneer ze iets te bieden hadden. Niet zomaar een
snoepje krijgen, gewoon omdat wij die zelf niet kopen of
gebruiken. En zeker geen geld. Ze moeten maar leren geld te
verdienen in plaats van bedelen. Bij de Bab er Robb draaien we
de medina in en bij de Bab Agnaou, één van de mooiste poorten
in de stadsmuren, treffen we Tanja en Dinant. Met ons vieren
zullen we de twee volgende dagen Marrakech verkennen. Shit! De
duif die op de lantaarnpaal zit laat iets vallen, net op mijn
pink. Had ik iets minder geluk gehad, had mijn hoofd onder de
duivenpoep gezeten. Dat was dus weer lachen geblazen. Aan het
einde van een steegje naast de muur van de moskee van de kasba
oftewel de moskee van El-Mansour, bevindt zich de ingang naar de
graven van de Saadiërs, entreegeld 10 dh per persoon. In het
eerste mausoleum rust Moulay Ahmed el-Mansour omgeven door nog
meerdere graven. In een tweede mausoleum ligt zijn moeder. We
lopen ons dan enkele keren vast in een doodlopende straat. Het
jongetje dat ons deze poets bakte, zit misschien nog in zijn
vuistje te lachen. Daarna lopen we door toeristenloze straatjes
richting en rond het koninklijk paleis. We keren terug via de
moskee Derb el Badi en de muren van Paleis el Badi. Volgens een
opschrift op de muur is twalit = WC. Vlakbij de Place des
Ferblantiers klimmen we naar een dakterras, lunchtijd. Terwijl
we genieten van de taferelen die zich beneden afspelen en dus
naar hartelust kunnen fotograferen, nuttigen we een salade (20
dh) of een overheerlijke tajine kefta (35 dh), de lekkerste tot
dan. Jaja, de kefta heeft mij in zijn greep. De inwendige mens
is versterkt, bijgevolg kunnen we weer wat inspanningen leveren.
We dwalen en verdwalen door de Mellah, de joodse wijk.
"Moustache, vous êtes juif? Je peux vous montrer
synagoge." Nee, wij willen naar het Bahiapaleis. Om 14u30
wordt de grote poort naast Restaurant de la Bahia geopend. Voor
10 dh mogen we d'er in. De weg van de poort tot aan het paleis
is omzoomd met vooral sinaasappelbomen maar ook allerlei andere
bomen en planten. De regel van de verplichte gids is ondertussen
afgeschaft. We lopen door talrijke vertrekken met buitengewone
plafonds en ornamenten. Bij het verlaten van het paleis, kiezen
we de richting van het plein Jemaa-el-Fna door de Rue Riad
Zitoun el Jedid en slaan een klein zijstraatje in. Op nr 8 bij
een uithangbord in geelgeschilderd smeedwerk, dat volgens de
Trotter witgeschilderd zou zijn, bevindt zich het maison
Tiskiwin. Voor 15 dh per persoon bezoeken we er de
privé-verzameling van Bernard Flint, een Nederlander, over
Marokkaanse kunsthandwerkers. De architectuur van het huis is op
zich al een bezoekje waard. De klok geeft dan 16u30, we hebben
in totaal 6 uur lopen en slenteren op de dagteller. De benen en
voeten zijn vermoeid. We klimmen terug naar het dakterras van
Brasserie du Glacier. Bij een lekker, fris glaasje fris zien we
hoe vanaf 17u00 uit alle richtingen karren op het plein worden
gereden met vuren, banken, tafels en etenswaren. Luttele 10
minuten later branden de eerste vuren reeds. Waar in de
voorgaande uren het plein toebehoorde aan waterverkopers,
acrobaten, verhalenvertellers, jongleurs, slangen, apen en nog
zoveel meer, is het binnen de kortste keren weer omgetoverd tot
één groot eetfestijn. En zo gaat het iedere dag. We brengen
even onze spulletjes naar het hotel en om 20u00 is het weer
verzamelen geblazen.
Deze avond is de place to be Café-restaurant Argana aan het
plein Jemaa-el-Fna. Even een ideetje geven wat wij zoal
binnenpeuzelden : aspergesoep (25dh), brochettes met frieten
(70dh), Pastilla met duif (85 dh), een overheerlijk ijsje Mona
Lisa (25 dh). De cola kostte 7 en de koffie 8 dh. Moet je in
onze Westerse wereld eens aan die prijs proberen aan het
voornaamste plein in een stad van de omvang van Marrakech. Nog
snel portemonneetje aanvullen bij de muur (9,45 dirham per
euro). Daarna leveren we het bewijs dat je met een volle maag,
overgoten met enkele glaasjes rum, inderdaad lekker kan slapen.
Wat zoveel betekent als het aangename aan het nuttige koppelen.
25-04-2001
Vandaag staat de tweede etappe van onze ronde door Marrakech
op het programma. We gaan even een glimp opvangen van de
grandeur van Hotel La Mamounia, het meest prestigieuze hotel van
Marokko dat in 1923 werd opgetrokken. Het hotel bevat 171
kamers, 57 suites, vijf restaurants, vijf bars, … en een
sprookjestuin van meer dan 7 hectaren. In het gastenboek prijken
de namen van onder andere Orson Welles, Richard Nixon, Maurice
Ravel, Jimmy Carter, Henri Kissinger, Yves Montand, Catherine
Deneuve, … Volgens Churchill was La Mamounia de mooiste plek
ter wereld. We starten de dag bij Dar Si Saïd. De toegangsprijs
bedraagt wederom 10 dh maar het nemen van foto's en
video-opnamen is verboden. In dit museum zien we vooral sieraden
voor vrouwen uit zilver of email, potten en andere
gebruiksvoorwerpen met gravures en reliëfschilderingen, de
voorlopers van de beauty cases, dolken, geweren en andere
militaire spullen, een aantal zwart-wit foto's van het oude
Marrakech, versierde lederen voorwerpen en vooral veel tapijten
in alle kleuren en groottes. We bevinden ons midden in de medina
en toch horen we in de binnentuin enkel vogeltjes fluiten en
citroenen en sinaasappelen rijpen.
Dan duiken we even de soeks in. Uiteindelijk begint het
nieuwe, het verbazende, het authentieke van de enge straatjes,
kleine overvolle winkeltjes, oude ambachten, typische koopwaren
en gelukkig niet te opdringerige verkopers plaats te maken voor
gewenning en herhaling. We hebben het eigenlijk toch allemaal al
meer dan eens gezien de afgelopen 10 dagen. Wel zien we hoe
kruiden worden verpakt in bladen van een oud beschreven
schoolschrift. Maar dan is het tijd om te lunchen. Dit keer
kiezen we het terras van Hôtel de France op de hoek van het
plein Jemaa-el-Fna vlakbij de moskee. Een spaghetti kefta of
spaghetti sauce kost 50 dh. Het verschil zit in de
gehaktballetjes die dus eigenlijk gratis zijn. Voor de
afwisseling drink ik voor 10 dh eens een glas jus de banane,
voor de eerste maal in mijn leven. Eerlijk gezegd, lekker! Na de
lunch gaan we echt de soeks ten noorden van het plein verkennen.
Wij willen nog graag zo'n Marokkaanse tamtam mee naar huis nemen
terwijl Tanja en Dinant een tapijt willen kopen voor de
kinderkamer van hun eerste telg die op komst is. Al snel sjouwen
wij met een muziekinstrument aan tweederde van de vraagprijs
rond. Het echte pingelen is een ware kunst die wij nog lang niet
onder de knie hebben. Waarschijnlijk is het iets wat met de
moedermelk in de genen wordt meegegeven. Maar we zijn tevreden
net zoals in Merzouga met het tapijt. D' er is nog iets anders
in de wereld dan alleen maar geld. Het wordt weer verdwalen,
terug herkennen en opnieuw verloren lopen. We bezoeken de
medersa Ben Youssef. De toegangsprijs bedraagt opnieuw 10 dh.
Het Ministère des Affaires Culturelles vraagt voor het Fonds
National pour l'Action Culturelle dezelfde entreeprijs in musea,
historische sites en monumenten. Deze koranschool bood plaats
aan 900 leerlingen die gehuisvest waren in een honderdtal
cellen. Wanneer we op zoek gaan naar de Fontein Chrob of Choud,
we weten nog altijd niet of de fontein die we gezien hebben deze
of een andere was, worden we zonder we het goed beseffen op
sleeptouw genomen door een loopjongen van de leerbewerkers. We
krijgen er een korte uitleg maar laten de zaak voor wat ze is
met een volgens de 'gids' te schrale fooi. Tanja en
Dinant hebben precies voor ogen naar welk soort tapijt hun
voorkeur uitgaat. De eerste tapijtenwinkel die we binnenstappen
kan aan hun wensen niet voldoen. We belanden terug op het plein
en besluiten om op het dakterras van Hôtel de France iets te
gaan drinken. Vanuit onze bevoorrechte positie zien we de moskee
vol en weer leeg lopen. De brommer van een oudere man weigert
net onder onze ogen dienst maar de in jellaba geklede man toont
zijn talenten als doe-het-zelver en kan even later rustig weer
verder brommen. Op het plein is het verboden om voertuigen te
parkeren, ook voor een grotere luxe wagen. We zien hoe de
politieagent zijn boekje bovenhaalt maar even later na een
praatje, schouderklopje en handje schudden (en misschien nog een
doorslaggevend argument dat wij niet bemerkt hebben), ongebruikt
weer opbergt.
Tanja en Dinant gaan nog een poging wagen. Wij lopen even
mee. Het draait weer verkeerd uit. Ze willen het opgeven. Maar
op ons advies "derde keer, goede keer" gaan ze nog
even verder. Resultaat : het tapijt is er. Via het plein, het
postkantoor en de Koutoubia, het symbool van de stad en
oriëntatiepunt bij uitstek, lopen we terug naar ons hotel. Nog
één keertje dineren en ons verblijf in Marrakech behoort tot
de geschiedenis. Een ritje in een koets of een bezoek aan de
Menaratuin zal voor een volgende keer zijn.
Voor 60 dh, exclusief drank, proeven we 's avonds van het
buffet à volonté in het restaurant van hotel Ali vlakbij het
plein. Lekker en dus met een meer dan gevuld buikje duiken we
het bed in.
26-04-2001
Om 7u00 loopt de wekker af. Een douche, meteen staat alles
onder water, maakt ons verder wakker. Inpakken. Het lijken
ondertussen wel twee muilezels die de trappen afdwalen. Ongeveer
8u00 vertrekken we met een minibus en Land Rover richting El
Jadida, onze laatste bestemming, aan de Atlantische Oceaan.
In Sidi Bennour houden we een koffiestop. We zitten buiten op
een terras. De locale bevolking kan weer aapjes kijken. Onderweg
zien we opnieuw hoe overal mensen lopen. Door de velden, de met
stenen bedekte vlakten, door de bossen. Alleen, in groepjes,
bezig met de oogst of de dieren hoedend. Op weg van, onderweg
naar. Een rund heeft langs de weg de laatste adem uitgeblazen en
bestaat zo te zien alleen nog uit huid en beenderen.
Tegen de middag komen we aan in El Jadida, in Hotel Doukkala
Abou El Jadail. Dezelfde muilezels brengen hun lading naar de
tweede verdieping. Het toilet is niet proper. Omdat de
voorgangers niet van het properste soort waren? Omdat de
poetsploeg onvoldoende gepresteerd heeft? We hadden in Marrakech
al pech met de hotelkamer. Waarom wij weer? Terug naar beneden,
naar de balie. Het advies van Agnes om niet tevreden te zijn met
de kamer, kunnen we nu nog steeds appreciëren. Resultaat : de
man achter de balie geeft ons een andere sleutel om een andere
kamer op de eerste verdieping te gaan bekijken. We openen de
deur. Ruime salon met zetels, televisie, ijskast, balkon. In een
tweede al even ruime kamer staat een groot tweepersoonsbed met
deur naar hetzelfde balkon. En een propere ruime badkamer. We
hebben wel geen zicht op zee maar op het zwembad dat echter
droog staat. Wat maakt het ons uit. Onze beslissing staat echter
vast. Je kan éénmaal niet alles hebben in het leven en je moet
prioriteiten stellen. Terug beneden, stellen we heel gewoon dat
we wel willen verhuizen. De man die onze bagage helpt dragen,
krijgt een extra fooi.
We gaan hier twee dagen genieten, luieren en uitrusten van de
vakantie. Om te beginnen wandelen we over de dijk langs de kust.
Er staat redelijk wind. Op het niet zo mooie strand zijn
jongeren aan het voetballen. In een restaurantje op de dijk gaan
we lunchen. Een te grote portie gefrituurde vis, calamares en
scampi's met frites en een cheeseburger met frites kosten ons
samen slechts 66 dh. Na dit intermezzo lopen we door tot de
Portugese stad. Wanneer we de poort binnenlopen, worden we
begroet door Khadisja. Zij vraagt ons of we van de groep van
Agnes zijn wat wij bevestigend beantwoorden. Ze vraagt ons haar
de groeten te doen. Na een leuke kennismaking lopen wij nog even
met haar mee in de winkel waar zij als verkoopster werkt. We
kopen een houten visitekaarthouder en brievenrekje en slaan nog
even een praatje. De vraag of er nog vrijgezellen in de groep
zijn, moeten we tot haar teleurstelling negatief beantwoorden.
Wanneer ik mij eventueel kandidaat wil stellen, reageert zij met
een vermanende en stoute tik tegen mijn schouder. Voor we
vertrekken vraagt zij ons nog eens om de groeten te doen aan
Agnes. No problem. De cisterne is op dit uur van de dag
gesloten. We lopen nog even over de omwalling en gaan dan op
zoek naar spulletjes waarmee wij onze ijskast kunnen vullen.
Uiteindelijk vinden we ons ding in een winkel naast Hôtel de
Bruxelles. Op de terugweg naar het hotel lopen we Agnes tegen
het lijf. We vertellen haar van de ontmoeting met Khadisja en
tonen haar onze mondvoorraad. Zij is nieuwsgierig naar onze
kamer en belooft straks even binnen te springen.
Vermits aan het strand liggen hier en nu niet de meest
geschikte keuze is, kiezen we voor relaxen in de zetel of op het
balkon met een fris biertje of wodka-cola. Na een tijdje komt
Agnes haar inspectie houden oftewel er gezellig bij
zitten. We wisselen ervaringen uit over onder meer deze en
voorgaande reizen en praten voluit. Ook haar tocht door Afrika
komt nog eens ter sprake. Tevens stelt zij enkele alternatieven
voor de dag daarop voor. Lekker gezellige babbel.
's Avonds eten we met een deel, hetzelfde deel, van de groep
in Restaurant Portugaise in de Portugese stad. Crevettes pilpil,
Tajine, Filet Merlan, 2-maal chocomousse en een cola en fanta
(want geen alcoholische dranken) kosten de ronde som van 146 dh.
De muntthee is een presentje van het huis. Terwijl we aan het
dessert toe zijn springt Khadisja nog even binnen. Ze weet zich
nog steeds de namen Tony en Carin te herinneren.
We zijn moe. Slapen dus.
27-04-2001
Lekker lang uitslapen. Of hoe noem je anders tot 10u30 in bed
liggen? Er blijkt zelfs een handdoek verdwenen te zijn. Het
kamermeisje (blijkt achteraf een kamervrouw te zijn) is dus
binnen geweest zonder ons wakker te maken. In zo'n suite is dat
ook niet onmogelijk.
Agnes, Carin en Tony lopen dan tot aan de Portugese stad om
er bus 2 te nemen naar Sidi Bouzid. Voor 2,10 dh per persoon
brengt deze bus ons naar het plaatsje op 7 km ten zuiden van El
Jadida. Het strand is er breder en zuiverder met mooier zand.
Alleen de wind is een beetje fel en koud voor de twee dames. We
slenteren wat langs en door de waterlijn. We proberen een
beschut plaatsje, uit de wind, tegen de duinenkant te vinden.
Daar liggen we een tijdje in het zand. Turen over zee naar de
golven en enkele uitvarende vissersbootjes. We liggen nog wat te
kletsen, te genieten. Toch ook met een beetje spijt dat het
einde nu zo kort genaderd is. Het is nog niet echt zomer,
getuige sommige kippenvelletjes. We besluiten de bus terug te
nemen. Onderweg krijgen we controle op zwart rijden. Het lijkt
ons meer het controleren van de kaartjesverkoopster op de bus.
Terug op de hotelkamer duiken we de ijskast in. En we stellen
vast dat we erin slagen om al onze bagage in onze twee grote
rugzakken en twee kleine handbagagerugzakjes te krijgen. Dat
hoeft 's avonds en de laatste ochtend niet meer te gebeuren.
Ervaren stouwers zijn wij intussen geworden.
's Avonds gaan we met de hele groep, de eerste en enige keer,
bij Ali Baba eten. Zelfs daar is Agnes in geslaagd. Zelfs dat
heeft ze klaar gekregen. Enige toegeving: niet 20u00 maar 19u00.
Daar gaan we het er een keer goed van nemen. Om stilaan aan de
reconversie te beginnen denken, kiezen we voor een Westerse
keuken. Bedragen zijn nu niet meer belangrijk, de details ook
niet. Anderen kiezen voor thee, bier of frisdrank. Wij laten
eerst een fles wijn opentrekken, later gevolgd door een tweede.
Het heeft echt iets van een laatste avondmaal. En het
bourgondische zit nu éénmaal in onze genen. Eerst een
voorgerecht. Dan neemt Agnes even het woord en bedankt de groep.
Het was een voor haar gemakkelijke groep met een zeer heterogene
samenstelling. Ondertussen hebben Rein en Dinant een beetje
ellebogenwerk verricht met het gevolg dat zij deze jongen de
collecteomslag toeschoven en als vrijwilliger bombardeerden om
in naam van de groep (?) een woordje tot onze reisbegeleidster
te richten. Ik moet toegeven, improviseren valt niet altijd mee.
Ik heb gewoon getracht het op mijn manier te doen. Dus kort,
eerlijk en met een vleugje eigen humor. Het wordt tijd voor het
hoofdgerecht vooraleer het koud wordt. Als uitsmijter houden we
het bij koffie met … zonder koffie. Een calvados dus. Op de
terugweg naar het hotel komt er toch zoiets als melancholie, het
besef dat het bijna voorbij is.
28-04-2001
De laatste dag van onze vakantie in Marokko is aangebroken.
Om 7u00 rinkelt de wekker. Het vertrek is gepland om 8u00 want
vooraleer naar de luchthaven te gaan, wil Agnes nog een bezoekje
regelen aan de Hassan II moskee in Casablanca. En ja hoor,
enkele kilometers vóór Casablanca is het in kannen en kruiken.
Het ontwerp van de moskee is van een Frans architect. De bouw
duurde 7 jaren, namelijk van 1987 tot 1993. Het is gewoon een
imposant gebouw met een minaret van 200 m hoog op een rotspunt
die in zee uitsteekt. Het is de derde grootse moskee ter wereld
na deze van Mekka en Medina. Het dak kan, net zoals dat van de
ArenA in Amsterdam, geopend worden. In de gebedszaaal zelf
kunnen 25.000 gelovigen terwijl 6.000 vrouwen op de balkons
kunnen plaatsnemen en de esplanade biedt nog eens plaats aan
80.000 personen.
Vervolgens beginnen we aan onze laatste rit. Deze is naar
Aéroport Mohammed V. Het inchecken verloopt probleemloos.
"With connection to Amsterdam?" "Yes,
insjallah!" Met de glimlach wordt daarna door de
check-in-dame voldaan aan onze vraag om op beide vluchten twee
stoelen naast elkaar te hebben. Nog even een groene
inlichtingenfiche invullen voor de plaatselijke administratie.
Van een vertrekbelasting op de luchthaven is geen sprake. Met
een stevige omhelzing nemen we afscheid van Agnes die meer dan
voortreffelijk werk heeft geleverd en veel meer was dan alleen
reisbegeleidster. Nog even de paspoortcontrole passeren en dan
is het wachten, vliegen, wachten en vliegen. Op het voorziene
uur bereiken we via Frankfurt veilig en wel Schiphol. Geen enkel
incident, geen moeilijkheden, geen problemen, geen onverwachtse
wendingen, geen lastige douane- of andere beambten.
Wanneer we onze bagage ophalen zijn er enkel nog Anja en
Hannie, Hermann en Alie, Dinant en Tanja om afscheid te nemen.
Samen met Dinant en Tanja nemen we de bus tot P3. Het is dan
23u30. Bijna anderhalf uur later rijden we de
Nederlands-Belgische grens over. Tijdens de twee afgelopen weken
is er blijkbaar weinig veranderd. De rijkswachtpatrouilles
omwille van het mond- en klauwzeer zijn nog steeds op post en we
ervaren opnieuw hoe regen er in werkelijkheid uitziet. In de
cafetaria van de sporthal gaan we onze behouden thuiskomst nog
even melden en om 4u00 kruipen we meer dan moe in ons bed.
epiloog
Het schrijven van dit relaas, beetje bij beetje gedurende de
eerste twee weken na de reis, kwam telkens neer op een stapje
terug in de tijd, een kort tripje naar één of andere plek in
Marokko. Mijmerend bijgevolg over hoe goed die twee weken waren.
Terugblikkend op de mooie, soms verrassende momenten en op de
leuke en aangename ervaringen. De rondleiding door de medina van
Fès, het bezoek aan de nomadenfamilie, de rit op de dromedaris
door de zandduinen van Erg Chebbi (heel erg leuk),
de avond en nacht in de woestijn, het beeld van het plein
Jemaa-el-Fna 's avonds vanaf het terras, de Todrakloof zullen
niet snel uit onze herinneringen verdwijnen. Ook opvallend: de
technologie staat niet stil en zelfs tot diep in de soeks,
woestijn of platteland dringt zij door onder de vorm van
mobieltjes, schotelantennes, internet, pinautomaten. De
Marokkaanse menukaart is niet zo uitgebreid maar een bepaald
gerecht kan meerdere ladingen dekken. Er worden wel veel kruiden
gebruikt maar pikant is het zeker niet. Thailand bezorgde ons
wat dat betreft heel andere ervaringen. Het aanklampen, het
lastig gevallen worden, de opdringerigheid, het bedelen van de
mensen was eerder uitzondering dan regel zodat de angst vooraf
hiervoor ten onrechte was. Dit was in Istanbul wel even anders.
Nooit hebben we ons onveilig gevoeld. Als je geen aanleiding
geeft, wordt het risico al sterk verminderd. Je kan toch wel
contact hebben met de locale bevolking al is natuurlijk de tijd
te kort en de agenda te gevuld om dit ten gronde te kunnen doen.
Maar een "bonjour, ça va?", "Tout va
bien?", een grapje of kort gesprekje met de gids,
chauffeur, hotel- of restaurantpersoneel, tot zelfs politieagent
maakt het leven zoveel aangenamer voor beide partijen en kan
soms, eventueel figuurlijk, deuren openen. Zij doen het, dus wij
ook! Vakantie is genieten, is contacten leggen, is je ogen en
oren de kost geven, is altijd te kort en veel te snel voorbij.
Deze feiten zijn historie geworden en dan maar op naar een
volgende vakantie, insjallah!
Complimenten aan Summum. Complimenten aan Agnes. Sjoekran.
Nog even deze uitsmijter die je letterlijk moet vertalen en
waar we een aantal keren hartelijk om gelachen hebben :
"n'escalier pas dans l'espérance car
elle est semaine!"
Tony Geuns en Carin Visser © 2001
Met dank van Tips voor Trips
Tips voor Trips nv, Luikersteenweg 20
bus 1, 3500 Hasselt (België)
Tel. 011/30.70.70 Fax 011/30.70.77 E-mail info@cbtravel.be
|
|