Tips voor Trips
 
   
 

Tips voor Trips Reisclub Tips voor Trips Reisclub : Reisverhalen

Tips voor Trips ReisclubAndere reisverhalen:

MAROKKO - april 2001 - Tony Geuns

15 daagse Summum-rondreis door Marokko 2001

"Monsieur Moustache mange le tagine kefta"

Drie jaar geleden leerden Carin en Tony elkaar kennen op de reis van Summum door Cuba. Nu vormen zij een koppel en wonen bijna een jaar samen. Voor ons beiden is het de tweede keer dat we met Summum op reis gaan. Met dit verslag nemen we u twee weken mee op rondreis door het land waar op 2 maart 1956 een einde kwam aan het Franse protectoraat nadat Mohammed V op 16 november 1955 de onafhankelijkheid had uitgeroepen. We doorkruisen Marokko, van Casablanca over Rabat, Fès, Erfoud, Merzouga, Todra, Marrakech en El Jadida terug naar Casablanca terwijl we kennis maken met het stadsleven (vroeger en nu), het hooggebergte en de woestijn en zicht hebben op de Atlantische Oceaan. Salaam alaikoem.

14-04-2001

Het is zaterdagochtend 02u30. In Leopoldsburg bij Carin en Tony loopt de wekker af. Deze keer is hij niet onze vijand maar een vriend. De rugzakken zijn reeds gepakt. Om 02u50 bij een buitentemperatuur van -1,5 °C rijden wij richting Schiphol waar wij om 05u00 verwacht worden. Aan de Belgisch-Nederlandse grens in Lommel slentert een eenzame en verkleumde rijkswachter heen en weer om het mond- en klauwzeervirus tegen te houden. Van de traditionele files op de A2 is op dit onzinnig vroege nachtelijk uur uiteraard geen sprake. We parkeren de auto voor twee weekjes op P3, de parking voor langparkeerders. Om 04u45 bevinden wij ons op de aangeduide plaats, vertrekhal 1 , check-in-rij 6. Al snel krijgen wij van een vertegenwoordiger van Summum de vliegtickets. In verband met de mkz-crisis zijn er extra controles en moeten alle etenswaren ingeleverd worden. Bij het inchecken worden wij probleemloos op onze wenken bediend wanneer wij vragen om naast elkaar te kunnen zitten. Lufthansa brengt ons met vlucht LH4461 in een Boeing 737-300 van Amsterdam naar Frankfurt en met vlucht LH4042 in een Airbus A321-100 van Frankfurt naar Casablanca. Precies om 12u00 locale tijd, wij hebben ondertussen onze klok twee uur teruggedraaid, landen wij op de Aéroport Mohammed V van Casablanca.

We zijn duidelijk in een ander klimaat terechtgekomen. De paspoortcontrole is een werk van lange duur. Een groene informatiefiche die we in het vliegtuig hebben ingevuld, wordt hier ingehouden en het paspoort wordt een stempel rijker. Dan kunnen we onze bagage ophalen. De plaatselijke douane is in een goede dag en laat ons zonder verdere vragen Marokko binnen.

Al snel valt ons een jonge, aardig uitziende verschijning met lange blonde haren op. Zij draagt het typische bruine hemd van Summum en houdt het logo van Summum in de hoogte. Onze date, daar kan niet de minste twijfel over bestaan. Wij maken kennis met Agnes die gedurende vijftien dagen onze, wij zijn in totaal met zijn zeventien, reisbegeleidster zal zijn. Je kan het fingerspitzengefühl noemen of iets anders maar uit de eerste kennismaking concluderen we dat dit wel moet en zal loslopen.

Uit de ene nog werkende geldautomaat, de andere heeft de geest gegeven of staat droog, halen we de eerste 2000 dirhams. De koers bedraagt 9,40 dirham per euro. Onder de aankomsthal bevindt zich het treinstation. Onze trein naar Rabat zal vertrekken om 14u30. De tussenliggende tijd verstrijkt snel terwijl we buiten genieten van de stralende en warme Marokkaanse zon aan een helder blauwe hemel. Het is wel even wennen na dat koude en natte gedoe thuis. De treinrit via Casablanca, Mohammedïa en Rabat Agdal brengt ons in het centrum van Rabat, onze eerste pleisterplaats en bovendien ook de eerste van vier koningssteden die we zullen bezoeken. Vanuit de trein verwerken we de eerste indrukken van het land en de natuur. Wat ons vooral opvalt? Overal zie je mensen lopen. Door de velden, de met stenen bedekte vlakten, door de bossen, langs de spoorweg. Alleen, in groepjes of de dieren hoedend. Op weg van, onderweg naar. Om 16u30 komen we aan in het station van Rabat. Bij het buitenkomen van het station, slaan we direct rechts het hoekje om. Agnes probeert zes petit-taxi's te organiseren. Onmiddellijk ontstaat een drukte van jewelste. Er verschijnen kandidaat-chauffeurs van allerlei slag. Maar zij kent haar pappenheimers en binnen enkele minuten zijn 18 personen met bagage verdeeld over 6 kleine taxi's, bagage boven op het dak. Bestemming is Hotel Majestic op de avenue Hassan II in de nabijheid van de medina.

We brengen onze bagage naar de kamer. Daarna trekken we onder ons tweetjes op verkenning in de stad. Om 20u00 loodst Agnes de bijna voltallige groep naar restaurant Widad in de medina voor het avondeten. Het voorgerecht bestaat uit een salade van allerlei groenten. Als hoofdgerecht nemen we beiden een tajine van schaap. Een schotel met diverse soorten fruit vormt het dessert. Daarna volgt er een Marokkaans gebakje en muntthee. Dit alles aan 97 dh per persoon zonder drank. Het biertje aan 35 dh, flag speciale genaamd, valt, zo blijkt later, aan de dure kant. Om 23u00 liggen we vermoeid en languit op bed voor de eerste nacht op Marokkaanse bodem.

15-04-2001 (Pasen)

Een haan begint te kraaien en speelt voor wekker die veel te vroeg afloopt. Wij zijn dan wel wakker maar blijven toch nog even liggen. Opnieuw is het een stralende dag met een helder blauwe lucht. Een ontbijt is, zoals op de meeste dagen van het jaar, aan ons niet besteed. Om 09u30 vertrekken we met een groepje voor een wandeling. We lopen via de Mohammed V langs het parlement en het station richting Koninklijk Paleis. Via het breed paradeplein bereiken we het in de 18de eeuw gebouwde paleis, (niet te bezoeken), dat naast de koninklijke vertrekken ook onder meer de officiële werkruimte van de premier en de kazerne van de lijfgarde bevat. Wanneer we te dicht komen om foto's te maken of om een glimp van binnen op te vangen, worden we teruggefloten. Vlakbij ligt de Moskee El Faeh. Daarna gaat het richting Chellah (toegangsprijs 10 dh) oftewel de dodenstad der Meriniden. Aan de rijk geornamenteerde toegangspoort houden Gnaoua-dansers er de sfeer in met muziek en dans. Binnen de muren van deze necropolis bevinden zich ook nog de ruïnes van de Romeinse stad Sala Colonia; de bron van de heilige palingen waar vrouwen gekookte eieren offeren aan deze vissen om vruchtbaarheid af te smeken en de ruïne van de moskee van de Meriniden. Naast deze moskee staan nog de restanten van de medersa of koranschool waarvan de met mozaïeken versierde minaret een geliefkoosde broedplaats vormt voor ooievaars. Trouwens over de gehele site ontdekken we steeds meer ooievaarsnesten.

We verlaten de Chellah en lopen door de wijk met vooral ambassades. Het is warm en vlakbij de Place Abraham Lincoln lassen we even een rustpauze in en nemen in restaurant Les Jardins de Verone een drankje. Een cola kost er 8 en een koffie 7 dh.

Dan staat het mausoleum van Mohammed V op het menu. Dit meesterwerk is ontworpen door een Vietnamees architect en is versierd met onder andere marmer, edele metalen, mahonie en ceder. Alles is hier luxe en raffinement. De koninklijke sarcofaag is van witte onyx en staat onder een vergulde koepel. Meerdere soldaten houden de erewacht maar ons lijkt het meer op nonchalant de tijd proberen om te krijgen. Net ernaast staat wat is overgebleven van wat de grootste moskee ter wereld moest worden. Enkel een aantal zuilen en pijlers zijn er te zien. De Hassan-toren, die het symbool van Rabat vormt, was een zelfde lot beschoren. Hij moest 80 meter hoog worden maar bij 44 m hielden de metselaars het voor bekeken. Jonge meisjes stellen Carin voor een henna-tekening op de hand te zetten maar daar is zij niet voor te vinden.

We lopen langs de oever van de Bon Regreg naar de Oudaïa-kasbah. Hier vallen vooral de witte muren met blauwe tinten op. De Portugese invloed is hier nog zichtbaar. Na enkele keren in een doodlopend straatje te zijn vastgelopen, bereiken we dan toch het uitkijkpunt. Er staat een strakke wind maar het uitzicht over de oceaan, de riviermonding en Salé is prachtig.

Ondertussen is het 14u30 geworden en de medina komt stilaan weer tot leven. Onze maag begint zich te roeren. Hoog tijd dus om de inwendige mens ook iets te gunnen. In de medina op de hoek van een straatje zal het gebeuren. Een tajine van rundvlees met een cola, samen goed voor 25 dh per persoon, geeft ons weer verse krachten om een tijdje door de medina te slenteren. Even zijn we getuige van een opstootje onder Marokkaanse jongeren. Wij besluiten wijs ons uit de voeten te maken zodat we dus ook niet over de afloop van het gebeuren kunnen berichten.

We gaan dan even relaxen op de hotelkamer. De zon heeft duidelijk voor de eerste keer toegeslagen dit jaar. Het stof zit in ogen, oren en neus. We hebben toch wel enige kilometers in de benen. Een uurtje op bed liggen en een douche kunnen echter wonderen verrichten. Twee belangrijke vaststellingen van de dag waren toch dat Rabat als een propere stad overkomt en dat er van opdringerigheid of aanklampen vanwege de plaatselijke bevolking tegenover toeristen hoegenaamd geen sprake is. We vragen ons af of deze dag representatief is voor de dagen die nog komen.

's Avonds gaan we met een gedeelte van de groep eten in restaurant La Clef, vlak bij het station. Het is er knus en gezellig. Het eten en de drankjes zijn goedkoop en lekker. De tajine kefta (45 dh), entrecôte met salade (65 dh) worden smakelijk binnengewerkt. De tajine kefta was op aanraden van Agnes maar achteraf vertelde zij dat hij niet zo goed was. Het kon dus nog beter. Voor het eerst maken we kennis met de crème caramel (10 dh). Een pintje kost hier slechts 14 dh en een cola 6 dh. Het blijft dan ook niet bij ééntje. Om 23u00 is het opnieuw bedtijd. Dit was Rabat.

16-04-2001

Vermoedelijk dezelfde haan begint te kraaien. Om 7u15 slaan we onze benen uit bed en nemen snel een douche. Om 7u45 is het verzamelen geblazen aan de receptie. Dinant, Tanja, Carin en Tony gaan de sportieve toer op. Terwijl de anderen de taxi naar het station nemen, doen deze jonge sportievelingen het, gepakt en gezakt, al lopend. Onderweg springen we nog even een patisserie binnen om enkele ontbijtkoeken te kopen. De trein met bestemming Fès vertrekt stipt om 8u55 op spoor 2 en zal precies 3 uur en 55 minuten onderweg zijn. Het traject vanuit Rabat loopt eerst noordwaarts tot Kénitra, dan oostwaarts naar Sidi Slimane en Sidi Kacem om dan weer in een zuidwaartse boog via Meknès verder naar het oosten in Fès te eindigen. Onderweg bewonderen we het natuurschoon in allerhande vormen. Een cola op de trein kost slechts 7 dh. Bij aankomst in Fès, onze tweede koningsstad, voelen we onmiddellijk de hogere temperaturen. Buiten het station is het weer een gedoe van jewelste. Uiteindelijk bereikt de hele bende met twee minibusjes en een petit-taxi hotel Al Mounia. Dit hotel heeft drie sterren en men is volop bezig met de restauratie. Om 15u00 gaan we in 3 grand taxi's, 3 mercedessen, een tour rond de stad maken. Vanaf Borj Sud hebben we een uitzicht over de medina of Fès el Bali, Fès el Jedid en het moderne Fès. Aan de weg naar Taza brengen we een bezoek aan de pottenbakkers waar vanuit de ovens reusachtige zwarte wolken de lucht worden ingeblazen. We zien hoe de mozaïeksteentjes gekapt worden en kunnen het hele productieproces van de pottenbakkerskunst tot en met het beschilderen volgen. In de bijhorende winkel kopen we ons eerste souvenir, een beschilderde tajine-pot. We rijden dan rond de stad tot vlakbij het Hôtel des Mérinides waar we opnieuw een prachtig uitzicht krijgen maar dan van de andere kant. Vervolgens gaan we even een kijkje nemen bij de Bab Boujeloud, de toegang tot de medina. Als afsluiter staat het koninklijk paleis Dar el-Makhzen op het programma met de in klassieke Moorse stijl rijk versierde toegangspoorten. Het paleis zelf kan echter niet worden bezichtigd.

Wat opvalt is dat in iedere stad alle petit taxi's dezelfde kleur hebben maar dat deze kleur verschilt van stad tot stad: in Rabat blauw, in Fès rood. Na de tour gaan we op een terrasje nog een cola drinken. Het wordt weer goedkoper: 4,5 dh per cola. Een mannetje met dikke gele pull en rood-geel gestreepte gebreide muts zorgt voor afleiding. Luid pratend tegen zichzelf loopt hij rondjes rond de blok. Eénmaal, tweemaal, misschien wel twintig rondjes. We hebben dirhams nodig. De muur brengt uitkomst aan 9,34 dh per euro.

's Avonds op het vaste uur, 20u00 dus, gaan we naar restaurant Zagora. Het blijkt een iets deftiger zaak en het dineren gebeurt bij kaarslicht. Carin neemt een op loempia lijkend voorgerecht en een tajine als hoofdgerecht. Tony probeert de soep Marrocain, een stevige soort tomatensoep, gevolgd door een pastilla. We nemen allebei een ijsje als dessert. Alles samen kost ons dit 220 dh. Een halve liter Marokkaanse wijn kost 60 dh extra en een biertje wordt, na aandringen van Agnes bij het personeel, herleid van 25 naar 20 dh. Voor het slapengaan springen we nog even een internetcafé binnen. Even de weersvoorspelling opvragen die aangeeft dat het iets frisser zal worden - maar we zullen niet mopperen - en enkele e-mailtjes versturen. Dan is het bedtijd.

17-04-2001

Om 08u00 kruipen we uit bed. De daaropvolgende douche doet ons verder wakker worden. We lopen even om het hoekje om in een patisserie een ontbijt te kopen. De croissants, zes stuks, kosten ons in totaal de ronde som van 8 dh. Eén voor één versterken ze onze inwendige mens terwijl we toekijken hoe op een rotonde een politieman alle moeite van de wereld doet om het verkeer vlot te laten verlopen terwijl het resultaat zowat het tegenovergestelde is. Een grote man met jellaba en rode fez wenst ons een bon appetit. Later op de dag zullen we hem nog een aantal keren terug zien in de medina. De man blijkt een gids te zijn. Om 09u30 staan dezelfde 3 grand taxi's van gisteren klaar om ons tot aan de Bab Boujeloud, de ingang van de medina, te brengen. We betalen voor de taxirit plus de rondleiding door een gids in de medina 50 dh per persoon maar we zullen er ook heel veel voor in de plaats krijgen. De oude stad heeft in 1976 de status van Uneso-cultuurmonument verworven. We leren dat Fès de 1ste psychiatrische kliniek en ook de 1ste universiteit ter wereld had. In de medina die uit meer dan 9000 straatjes bestaat, wonen en werken zo'n 260.000 mensen. Fès is ook het centrum van de kunstnijverheid en het handwerk, in al zijn gedaanten. De straatjes hebben soms twee namen: een officiële, administratieve naam en een naam die de bewoners kennen en verwijst naar een gebeurtenis uit het verleden die daar heeft plaats gevonden. Ezels vormen er in principe het enige vervoermiddel. Zelfs de verkeersregels en verkeersborden zijn er op afgestemd. "Balek, balek", betekent dat je, voor je eigen bestwil, even van de aardbodem verdwijnt om een zwaar beladen ezel die de totale breedte van het straatje nodig heeft, te laten passeren. Midden in de medina bezoeken we een groot huis met binnenplaats dat onder toezicht van de Unesco staat en het centrum van de Andalusische muziek is. In de openbare bakkerij komen de mensen hun brood laten bakken. Het mausoleum van Moulay Idriss II, de medersa Attarin, de place Nejjarine met de kleurige mozaïeken versierde fontein. Het straatje met de textielververs. Het plein met de kopersmeden. Meer dan eens klinkt het "Monsieur moustache" in mijn richting. Het streelt toch wel een beetje mijn ego om nu ook in Marokko herkend te worden. De weverij waar we demonstratie en uitleg kregen maar waar uiteindelijk niet gekocht werd. De kaarsenverkopers. En dan heb je natuurlijk nog de kruiden, het fruit, de dadels en vijgen, de zoetigheid en het vlees. De lunch nuttigen we in restaurant Tijani, met typisch Marokkaans interieur, vlakbij Sidi Ahmed Tijani. Het voorafje bestaat uit allerlei schaaltjes met diverse groenten, sausjes en soppedingetjes. Als hoofdschotel probeer ik opnieuw de tajine kefta terwijl Carin enkele brochetten naar binnen werkt. Agnes krijgt haar tajine kefta niet volledig binnengewerkt; ik maak de schotel wel even leeg in haar plaats. Het voorgerecht en de hoofdschotel komen samen op 80 dh per persoon. De cola, koffie of thee kosten 10 dh. Na de lunch bezoeken we onder meer nog een apotheek waar we een hele uitleg krijgen over een uitgebreid arsenaal aan middeltjes die nog meer kwalen verhelpen en over parfums. Ons reukorgaan wordt hier zwaar op de proef gesteld. Maar ook het beeld van de kuipen met duivenpoep, kalk, klei en kleurstoffen van de leerlooierijen zal ons altijd bij blijven. In de bijhorende winkel is het weer geldbeugel bovenhalen. Voormalige handelshuizen worden nu als opslagruimte gebruikt. Normaal zou de tour eindigen omstreeks 15u00. Uiteindelijk bereiken we het eindpunt, Hotel Palais Jamais *****, om 16u30. Je kan onmogelijk alles bezoeken. Toch is onze gids die hier geboren en opgegroeid is, erin geslaagd ons bijna alles maar zeker de voornaamste attracties te laten zien. Voorzien van een degelijke en uitgebreide uitleg. Hij verdiende dan ook een extra fooi. De petit-taxi terug naar het hotel kost 12 dh op de meter.

We nemen even een douche om ons op te frissen. Daarna gaan we nog even op hetzelfde terrasje van gisteren een cola en koffie drinken en … mensjes kijken. Hier komt de markt naar je toe. Alles probeert men hier te slijten: schoenen, sokken, broeken, hemden, jassen, truien, dassen en sigaretten per stuk. Inderdaad op straat kan je de sigaretten los en per stuk kopen. Om 20u00 gaan Agnes, Tanja, Carin, Dianant en Tony samen eten. De vermoeidheid eist zijn tol bij zowat iedereen. Bovendien heb ik in de loop van de dag mijn enkel verzwikt en heb ik een blaar van formaat onder mijn voet. Het voelt nu ook een heel stuk frisser aan. Het wordt dus restaurant Marrakech op zo'n 100m van het hotel voor een kleine en snelle hap. Om 21u30 lig ik al horizontaal nog even het dagboek bij te werken. Al snel vallen de oogjes dicht en laat ik de wakkere wereld voor wat hij is.

18-04-2001

Agnes heeft, natuurlijk, geregeld dat we een dag eerder beschikken over de minibusjes zodat we hiermee de daguitstap naar Volubilis, Moulay Idriss en Meknès kunnen maken. De dagtrip kost 180 dh per persoon. Iedereen gaat mee. Of nog maar eens een bewijs dat op iedere regel uitzonderingen bestaan. De chauffeur van de andere bus heet Hammou, onze chauffeur is Hassan. Beiden houden wel van een grapje. We spreken elkaar al snel aan als monsieur chauffeur en monsieur moustache. Onderweg van Fès naar Volubilis lijkt het soms wel of we door Wales toeren. In het heuvel- tot bergachtig landschap grazen talloze schapen. Dan weer rijden we langs graanvelden of olijfboomgaarden. Langs de weg zijn kraampjes uit klei opgetrokken waar olijven en flessen olijfolie worden verkocht. Onderweg maken we af en toe een fotostop. Het uitzicht en panorama is dan fantastisch en overweldigend. Wat ons weer opvalt? Overal zie je mensen lopen. Door de velden, de met stenen bedekte vlakten, door de bossen, langs de weg. Alleen, in groepjes of de dieren hoedend. Op weg van, onderweg naar. Ook ezels, het nationale vervoermiddel bij uitstek, zie je overal. In alle formaten, types en kleuren. Af en toe gaat het naast de weg een beetje steil naar beneden. Een gedeukte en bijna volledig verroeste auto in de afgrond is de stille getuige van een minder aangename ervaring voor de bestuurder en eventueel inzittenden ervan. Ineens kijken we in de verte op de site van Volubilis, de beste bewaarde Romeinse overblijfselen van Marokko. We zijn nog maar net, eerst 10 dh per persoon betalen, de site binnengewandeld of Reiny maakt de opmerking dat met Tony en Carin bijna geen ernstig gesprek te voeren is. De aanleiding en de juistheid van deze uitspraak laten we hier verder zonder commentaar maar er mag al eens gelachen worden. De Romeinse site dus. Men vermoedt dat nog niet de helft van de totale site is blootgelegd. Bij het binnenkomen links is men momenteel bezig met verdere opgravingen te doen. In het huis van Orpheus zien we de eerste mozaïeken. Goed bewaarde, mooie mozaïeken zien we verder onder meer nog in het huis met de werken van Hercules en het huis van Venus. In de hoofdstraat die vanaf de porte de Tanger door de hele stad liep, staat nog de triomfboog. Van het kleine forum is niet veel meer te zien, van het capitool en de basiliek echter meer. Echt de moeite waard. Vermeldenswaard nog is dat het mij erg verdacht leek dat op een afgelegen plek een man met een hamertje op de grond zat te kloppen. Plicht of eigenbelang?

Daarna rijden we door naar Moulay Idriss. De plaatselijke gids, Abdul Mourhit, geeft ons tekst en uitleg en leidt ons rond. Moulay Idriss is de heiligste stad van Marokko en het belangrijkste bedevaartoord. Moulay Idriss die hier begraven ligt, was een afstammeling van Fatima, dochter van Mohammed. Er zijn bijgevolg onder meer geen hotels, discotheken of alcohol te vinden. Voor moslims met weinig middelen vervangt een tocht naar Moulay Idriss de bedevaart naar Mekka (7 maal een tocht naar Moulay = 1 maal Mekka). We klimmen omhoog naar de bovenstad en komen langs de ronde minaret. Van daaruit krijgen we een fraai uitzicht op de heilige plaatsen.

Tenslotte staat Meknès, onze derde koningsstad, op het programma. We stoppen bij de Bab Mansour aan de Place El Hedim. Vlakbij, in restaurant Bab Mansour, gaan we onder ons tweetjes eerst even lunchen. Als een omelet met frites en rijst slechts 12 dh en een cola ook maar 4 dh kost, moet je al een ezel zijn om honger of dorst te lijden. Aan het tafeltje naast ons zit een vrouw van de streek. Als ze mij monsieur moustache noemen, dan moet zij madame moustache zijn! Daarna lopen we even door de soeks en de overdekte markt. De stapeling van groenten, fruit en kruiden in veelkleurige, fraaie torentjes trekt onze aandacht. De geur, of is stank een beter woord, van de vleesafdeling dringt diep in de neus door. Vlees, poten, levende kippen tot volledige runderkoppen liggen, staan of hangen er uitgestald. We wandelen richting mausoleum. Eerst gaan we nog op de foto met een waterdrager in traditionele klederdracht. Eerst ééntje met Tony, dan ééntje met Carin. Samen 10 dh. Mannetje gelukkig, wij gelukkig, iedereen gelukkig. Zo hoort het toch? Het mausoleum van Moulay Ismail dan dat ook voor niet-moslims toegankelijk is. De toegang is gratis. We komen eerst in een met mozaïeken beklede voorhof. Bij de drempel van de gebedsruimte moeten we onze schoenen uittrekken. Tot welke luchtverontreiniging dit kan leiden, beseffen onze reukorganen maar al te best. Daarna nog een beetje mensen spotten en op de gevoelige plaat (diskette) vastleggen. Binnenkort zijn ze op de computer te bewonderen. Ze moesten het weten! Voor 10 dh bezoeken we het Pavillon des Ambassadeurs met de onderaardse ruimtes. Dan volgt de terugrit naar Fès. Vanaf morgen trekken we richting woestijn en is het volgens Agnes niet meer zo evident om te pinnen. Vermits de tocht nog lang is en er toch nog enkele uitgaven (dromedarisrit, nachtje woestijn, souvenirs) gekend of te verwachten zijn, gaan we nog even snel ons ding doen aan 9,38 dirham per euro.

's Avonds eten we in restaurant Al-Khozama, eenvoudig maar goed. Om een ideetje te geven: cola of fanta 5dh; harira (soep) 10dh; (reuze) salade 15dh; pizza champignons 40 dh; brochette kefta 30 dh. Bij het verlaten van het etablissement zorgt ondergetekende voor enige hilariteit door ongewild te struikelen over het opstapje en bijna letterlijk buiten te liggen. En dan is het weer bedtijd en gaan we onze laatste nacht Fès in.

19-04-2001

Het vertrek naar Erfoud met oversteek van de Midden-Atlas staat gepland voor 07u00. Nadat alle bagage is gestouwd in het aanhangwagentje of op het dak van de minibus, vertrekken we met 15 minuutjes vertraging. Ondertussen bevat de ziekenboeg in de persoon van Henny reeds een eerste slachtoffer. De dag begint bewolkt en frisjes. Onderweg zien we talrijke boomgaarden van onder meer appels en kersen. Ook vallen de stapeltjes stenen op. Deze doen ofwel dienst als grafsteen ofwel als afbakening van percelen of, zoals later zal blijken, aanduiding van de wegen in de woestijn.

Na een goed uur rijden houden we een eerste stop in Ifrane bij Hotel Chamonix. Binnen staan de skilatten en -schoenen tegen de muur. Voor de liefhebbers is er koffie of thee aan 10 dh. Ifrane is gelegen op 1650 meter hoogte en er staan verbazend luxueuze villa's en chique chalets. Bovendien is er een universiteit met niet alleen studenten uit Marokko maar ook uit Lybië, Algerije, Tunesië, … Bij Ifrane begint ook het Forêt des Cèdres.

De volgende korte stop houden we in Azrou om ontbijtmateriaal in de vorm van croissants in te slaan. In het centrum staat werkelijk een rots (azrou betekent 'rots') en de allereerste school van Marokko zou er door de Fransen gesticht zijn.

Iets verder, in het cederbos, zitten plots een aantal apen op een open ruimte naast de weg. We zijn geen specialisten maar het lijken een soort bavianen. De laatste twee koekjes met volledige noot midden er op, die ik gisteren in Moulay Idriss kocht waardoor een oudere man een gelukkig moment kende, krijgen nu een onverwachte bestemming. Een jong exemplaar van onze soortgenoten heeft het eerste koekje beet. Hij peutert er eerst de noot uit en begint dan te peuzelen. Wanneer ik ook het tweede koekje richting apen rol, is hij er als de apen bij om ook dat tot zijn eigendom te promoveren. Met scherp gekrijs houdt hij zijn vriendjes op afstand. Hij heeft onmiddellijk begrepen dat het zakje leeg is, dat er niks meer te rapen valt en gaat een eind verder onder een boom genieten van zijn buit. Op de weg beginnen enkel volwassen exemplaren te schreeuwen en te springen. Is het een schijngevecht of een paringsdans. In ieder geval resulteert het in een poging om kleine aapjes te maken.

We komen in een landschap van stenen, keien en rotsformaties. Eén enkel kabbelend beekje. De flora bestaat dan nog enkel uit lage begroeiing, grassen en bloemen. Iets voorbij Timahdite stoppen we. Een eind van de weg staat een tent van Berbers. Een familie bestaande uit meerdere generaties heeft hier een tijdelijk onderkomen gevonden. Ik probeer mij even te onderhouden met de kleinste, een peuter van twee of drie jaar, maar er komt geen woord, zelfs geen klank uit zijn keel. Het leidt achteraf gezien wel tot een leuke foto. De oudste, een vrouw, neemt alles aan: geld, stylo's, bonbons, sigaretten (niet één maar liefst twee tot hilariteit van de groep en haar familieleden). Een andere vrouw zit buiten een vuur te stoken en brood te bakken. We worden binnen uitgenodigd waar de pater familias een oogje in het zeil houdt en een vrouw ons thee inschenkt. Alles wel beschouwd een leuke verrassing en aangename ervaring.

De lunch nemen we in Midelt: een omelet berber voor 25 dh en een cola. Voordat we echt de woestijn intrekken, slaan we een voorraadje alcohol in. Een fles wodka lemon voor 120 dh en enkele blikjes flag aan 10 dh worden mooi in krantenpapier gedraaid en in een zwarten plastic zak gestopt (verstopt?).

Het landschap verandert en bestaat uit droge rivierbeddingen, stenen, stof, stof, dorpen en steden in de kleur van de omgeving. Af en toe een oase of dorpjes in the middle of nowhere. We houden even een stop en lopen een dorpje in. Vanaf een bepaald punt mogen de heren uit het gezelschap niet meer verder. Iets verder namelijk, in een hete bron die uitkomt in een rivier, nemen dames hun bad.

Bij Oued Ziz houden we nogmaals een fotostop. We rijden voorbij de Barrage de Hassan Addakhil. In Er Rachidia, de laatste grote stad vóór je echt de woestijn ingaat, is er nog een korte sanitaire stop. Ondertussen begint er al een wind op te steken wat in deze stoffige omgeving tot minder aangename situaties leidt. Van hieruit, het vroegere Ksar-es-Souk, is het nog ongeveer 85 km tot Erfoud. Bij de oase en blauwe bron van Meski stappen we nog even uit. Men noemt ze de 'blauwe bron' omdat de 'blauwe mannen', de touaregs, er vaak kwamen. In één van de kleine souvenirwinkeltjes, toevallig of niet? omdat ook Agnes er zit?, krijgen we een thee aangeboden. Verder op weg naar Erfoud, terwijl de wind alsmaar toeneemt. De laatste stop is bij een natuurlijke bron die als een fontein het water enkele meters de lucht inspuit. De grond is er rood en vertoont mooie patronen omdat het water verdampt en het ijzer dat erin zit als residu achterblijft.

Dan begint het even op een echte zandstorm te lijken. Nog enkele kilometers en dan bereiken we ons hotel in Erfoud. Hotel Farah Zouar. Op de kamer nemen we even een aperitiefje om het zand weg te spoelen. Ondertussen horen we de wind echt loeien. Het zand is in deze omstandigheden echt niet buiten te houden. De vensterbank, het nachtkastje, de bedsprei, alle hebben ze een laagje geel woestijnzand. Onder meer hiervoor, voor dergelijke ervaringen, ga je op vakantie. In afwachting van het vertrek voor het avondeten sla ik beneden een praatje met een jonge 'blauwe man' die geboren is in Merzouga. De chauffeurs zijn erg gedienstig en brengen de vrijwilligers met het busje naar Café-restaurant des Dunes. Het gastenboek getuigt al jaren van het succes dat de zaak kent. Ondergetekende schrijft er even, ondanks de vermoeide hersenen en los uit de al even vermoeide pols, een kort verhaaltje in dat door de overigen mede ondertekend wordt. Tweemaal omelet met brochette en een cola kosten samen 75 dh. Terug op de kamer is de storm goed te horen. Het heeft iets. Luisterend naar de natuurelementen, vallen we in slaap.

20-04-2001

Om 09u30 vertrekken we in drie Land Rovers met bestemming Merzouga, dwars door de woestijn. Nog voor het vertrek maak ik een jongetje blij door het kopen van een fossiel. Echt of nep? Is het belangrijk? Het is in ieder geval mooi. Als toemaatje krijg ik van het jongetje een extra steentje en een dromedaris, geweven van het blad van de palmboom. De bagage blijft in het hotel, we nemen enkel wat handbagage mee voor twee dagen. Al snel is er een eerste stop bij een fossielenverkoop. De fossielen blijken 510 miljoen jaar oud te zijn. We kopen enkele kleine exemplaren. Dan rijden we verder, naar men zegt een stuk over de piste van Paris-Dakar. We zien nu een fata morgana in het echt. Een heel eigenaardige ervaring. Het ene moment zie je in de verte water maar blijf je op dat punt focussen en kom je dichter bij, is het zo weer verdwenen. Opnieuw houden we halt bij een nomadentent. We liggen aan en slurpen aan de thee. We krijgen zicht op de zandduinen en in de verte zien we Algerije liggen. Dan bereiken we Merzouga. Hassan leidt ons door de tuinen van het dorp dat in de jaren zestig door zijn grootvader werd gesticht. Ieder familie heeft er haar eigen tuintje waar door middel van irrigatie tuinbouw en beplanting mogelijk is. Hij leert ons dat in de zomer de temperaturen kunnen oplopen tot 58 °C en dat het in de winter kan vriezen tot -5 °C bij maximumtemperaturen van 15 à 20 °C. In het dorp zelf geeft zijn broer, Ali, uitleg over de tapijten. Hoe ze gemaakt worden en wat de figuren voorstellen. We kopen een langwerpig exemplaar van 2,20 m (de lengte van onze tafel) dat als tafelloper moet dienst doen. Terug thuis lijkt het alsof ie op maat en op bestelling is gemaakt. Met de complimenten "Tony, you're real Berber, I see it in your eyes", krijg ik nog even de kamers van hun guesthouse te zien. Ik hoef een volgende keer maar vanuit Casablanca of Marrakech te telefoneren (Ali geeft speciaal telefoon- en gsm-nummer mee) en hij komt ons ophalen, de kamer krijgen we er gratis bij.

Dan gaat het richting Kasbah Tombouctou. De overnachtingsplaats in de woestijn. Maar niet voor acht onder ons. De echten zullen de nacht doorbrengen in een authentieke nomadentent midden in de zandduinen van Erg Chebbi aan de voet van de hoogste duin. We betalen 350 dh per persoon voor de verplaatsing, de overnachting en het avondeten. Eerst nemen we nog een lunch met salade of omelet. Om 16u30 worden we door een Land Rover een eind verderop aan de rand van de zandduinen gebracht. Ondertussen is een mannetje onderweg met acht dromedarissen. Er staat ons nog een rit van een goed uur op de rug van de dromedaris te wachten. We kruipen in het zadel. Natuurlijk ligt het dier nog neer. Het rechtkomen van de dromedaris is even schrikken en al een belevenis op zich. Hij strekt eerst zijn achterste bovenbenen; we tuimelen naar voren. Dan de voorste bovenbenen; bijna een achterwaartse salto. De achterste onderbenen; een zwiep naar voor. De voorste onderbenen; en we staan recht. De hoogte verrast toch een beetje. We vertrekken. Het is even wennen. Schommelen maar. Het duurt toch even vooraleer ik het goede ritme en de goede bekkenbeweging te pakken heb. 'Denk maar aan …., wel ja, die cadans.' Enkel bij het afdalen van een duin is extra aandacht en voorzichtigheid geboden. Het uitzicht is adembenemend. Eén groot wasbord van gouden welvingen en kammen. De zon begint te zakken. De resulterende schaduwen van toeristen op een dromedaris doen me wegdromen. En dan die ruimte, die stilte, die duinen, het zand. "Relax max without fax" wordt hier bewaarheid. Het spoor dat we volgen ligt bezaaid met keutels 'camel shit'. Na een uur ontwaren we aan de voet van de hoogste duin palmbomen en een aantal groepen nomadententen. Bij de ingang van ons dorp, zes tenten groot, is een tuintje met ondermeer uien- en tomatenplanten. We worden ontvangen met berberwhisky oftewel thee. Enige tegenvaller is de bewolking zodat we niet kunnen genieten van een sterrenhemel. Later op de avond breken toch een aantal sterren door de bewolking. We eten bij kaarslicht in de tent samen met drie koppeltjes, ééntje uit Luxemburg, ééntje uit Engeland en ééntje uit Italië. Met zijn veertienen zitten, liggen we dus gezellig te eten uit drie grote schotels met groenten, kip en aardappelen. Daarna is er nog een schotel sinaasappelen en thee. Het mannetje dat het eten bereid heeft, de tafels klaar gezet en het eten gebracht, gaat nu ook afruimen en brengt de muziekinstrumenten aan voor de gidsen. Hij is meid voor alle werk. Er wordt muziek gemaakt en een poging gedaan om liederen van allerlei slag en taal ten gehore te brengen. Het blijft bij een poging. Om 22u30 kruipen we onder de dekens. Onze allereerste nacht in een tent in de woestijn. Het duurt even voor we de slaap vatten maar dan gaat het in één ruk door tot …

21-04-2001

… we om 05u00 gewekt worden. In het oosten zien we nog één heldere ster en een maansikkel. Dinant en ik besluiten de hoge duin te beklimmen. Ik kom op één derde van de af te leggen weg mezelf tegen. De nagenoeg inspanningsloze laatste drie maanden eisen hier hun tol. Terwijl Dinant uiteindelijk boven geraakt, blijf ik ter plaatse liggen. Het is nogal frisjes. En dan is het wachten en genieten. Langzaam verschijnt een lichte gloed, een oranje schijnsel aan de einder. Een tijdje later is ie daar, de koperen ploert. Eerst beetje bij beetje maar dan gaat het vlug. Al snel laat hij zijn ware gedaante zien. We drinken nog even een thee om wat op te warmen. Dan vatten we de terugweg aan richting kasbah Tombouctou d.w.z. eerst een uurtje op de dromedaris, dan nog even de Land Rover. Daar wordt het water warm gestookt zodat we een douche kunnen nemen. Het ontbijt (20 dh) bestaat uit brood, gekookt ei, jam, jus d'orange en thee of koffie. En dan vatten we de terugweg aan met de Land Rovers richting Erfoud.

We maken een korte stop in Rissani. De huidige koninklijke dynastie is afkomstig uit Rissani dat ook de eerste koningsstad was in de geschiedenis van Marokko. Een gids geeft een korte rondleiding, ondermeer in het vroegere paleis. Kinderen vragen naar bonbon, stylo, dirham. Wanneer ik moet hoesten en zeg "ben ziek", beginnen een aantal kinderen eveneens te roepen "ben ziek, ben ziek". Wie weet wat een volgende groep toeristen te horen krijgt. Een man probeert nog wat souvenirs te slijten en prijst zijn waren aan met "prachtig, allemachtig, mooi".

In Erfoud zelf gaan we nog even een kijkje nemen in een bedrijfje waar rotsen en stenen met fossielen worden gezaagd en gepolijst. In het annex winkeltje worden allerlei stenen voorwerpen met figuren van fossielen verkocht zoals, onderleggers, tafels, schaakspelen, klokken, briefopeners, ….

Dan gaan we in hotel Farah Zouar onze bagage ophalen. Van het jongetje dat mij de dag voordien een steen met fossiel verlapte, krijg ik opnieuw een steen in de handen gedrukt als dank. Voor hem ben ik een vriend. Voor zijn maatje die niets verkocht kreeg, zal ik immer een doodgewone toerist blijven. Onderweg stoppen we dan voor een lunch. Nadat een buslading Engelsen is opgekrast verhuizen we van het terras naar de tuin. Een omelet berber, een omelet kees en twee cola kosten 34 dh. Wanneer tak-tak-tak-tak-tak, de man die de bediening verzorgt, zich even neerzet, een flesje Kronenbourg opentrekt en een jointje rookt, merkt hij mijn jaloerse en tegelijkertijd vragende blikken. Hij verkoopt geen bier maar ik krijg er ééntje gratis van het huis. Kijk, dit verdient een extra fooi. Het wisselgeld op een briefje van 50 mag hij houden. "Merci monsieur". Later stoppen we nog even bij een aantal oude, zeer oude waterputten. In de Super Marché "Chez Michèle" in Tinerhir slaan we nog wat blikjes en een fles in. Bij een uitzichtpunt, met zicht op Tinerhir en de palmentuin, laat onze chauffeur zien hoe een vastgebonden, gestresseerde dromedaris een fles water leeg tuttert. Het is dan nog slechts enkele kilometers tot Hotel "Les Roches" midden in de Todra-kloof. Op de kamers is er slechts elektriciteit van 18u00 tot middernacht. Daarna is het behelpen met kaars of zaklamp. We hangen nog een beetje rond, eerst op het terras, daarna binnen bij een wodka-cola. Dineren doen we deze avond in het hotel zelf. Een soep voor 20 dh, salade mix voor 25 dh, tagine kefta voor 50 dh en een biertje voor 25 dh. Erna wordt nog een beetje muziek gemaakt maar om 23u00 is de kaars uit.

22-04-2001

We slapen even uit tot 9u00. Een half uurtje later vertrekken we voor een wandeling door de Todra-kloof. We maken foto's van de enge doorgang, van de schoonheid van de ons omringende rotsen, van enkele 'locale schoonheden', van planten, van kevers, geiten, ezels en eekhoorns. Tegen een helling staat een nomadentent. Broertje en zusje komen als geiten over de rotsen naar beneden gelopen. Het jongetje vraagt eerst om water en drinkt gulzig van het water in onze bidon dat echter nog een wodkasmaakje heeft van de dag voordien. Toen fungeerde deze waterbidon immers als wodkahouder. Het meisje neemt eerder uit beleefdheid ook een slokje. Daarna acht het jongetje het moment gekomen om ook naar stylo, bonbon en dirham te vragen. Wat dit betreft, vangt hij echter bot. Een jonge vrouw, mogelijk zelfs nog een tiener, vraagt of wij Engels praten. Zij is Amerikaanse, in haar eentje bezig aan een reis rond de wereld. Ze werd lastig gevallen door een jonge Marokkaan op de fiets en wil even blijven babbelen totdat haar belager is verdwenen. Na een kwartiertje bedankt zij ons, wij wensen haar good luck. Na 3,5 uur begint onze maag zich te roeren. Tijd om een hapje te eten. In de tent naast het hotel eet Carin een salade en een omelet terwijl ik een tajine poulet - het is zondag en dus tijd voor een kippetje - neem. In de namiddag gaan we met de ganse groep een wandeling maken in de palmentuin van Tinerhir. Ahmed en Rashid nemen ons op sleeptouw. In de tuintjes staan onder meer groenten en gewassen voor mens en dier. Ahmed vertelt terloops dat het nationale voetbalteam van Marokko de dag voordien de interland tegen Namibië in de voorronde voor het WK met 3-0 gewonnen heeft. Rashid bewijst zelfs zijn klimkwaliteiten door in een dadelpalm te klimmen. Dit is niet zonder gevaar. Een achterwaartse val op de rug kan fataal aflopen. Tijdens de dadeloogst is dit één van de grootste doodsoorzaken in de oases.

Uiteindelijk eindigt de wandeling in een huis waar we thee krijgen en een vrouw demonstreert hoe de wol gekaard wordt, hoe ze deze nadien spint zonder spinnewiel en slaat dan aan het weven. Op het voorstel om een aantal tapijten te laten zien, wordt vanuit de groep weinig enthousiast tot negatief gereageerd. Dit betekent meteen het einde van het bezoek.

s' Avonds trekt het ondertussen standaard groepje van tien op het standaard uur, 20u00 dus, met zaklamp - want ook geen straatverlichting - naar restaurant La Vallée. Het oversteken van de Todra over een boomstam verloopt zonder noemenswaardige problemen. We laten ons de kahlia (45 dh) lekker smaken. Achteraf bespelen enkele mannen Arabische muziekinstrumenten. De poging tot meezingen valt eigenlijk weer in het water. Er zitten duidelijk geen zangtalenten in de groep. Dan vatten we de terugweg aan. Het is balkdonker. Rein belandt bij het oversteken van de Todra zelfs in het koude kristalheldere water en is tot aan zijn knieën nat. Voor het overige bereiken we toch nog zonder verdere kleerscheuren onze hotelkamer.

23-04-2001

Er staat een lange rit naar Marrakech over de Hoge Atlas op het programma. Het vertrek is voorzien om 7u00. Agnes had de dag voordien gevraagd extra uit te kijken want tegen de 300 m hoge rots voor het hotel zou een geit wonen. Er is maar één middel om de waarheid van dit verhaal te controleren en vast te leggen, nl. deze geit op foto vereeuwigen. En wat denk je? De foto met de zwarte geit op de rots tegenover hotel "Les Roches" draagt als stempel 23/04/2001 06u56. Ondertussen hebben we nog altijd geen regen gehad. We hadden er op zich ook niet echt behoefte aan. Op het thuisfront, zo bleek, was het net andersom.

Bij een eerste stop bij El Kelaa des M'Gouna, de streek met de rozenvelden, kopen we bij een winkeltje een ontbijtje en enkele flesjes rozenwater. Pingelen is er niet bij maar we krijgen er wel een lippenstift gratis bij. Enkele kilometers verder bij een volgende stop zien we duidelijk de rozenvelden waar men volop bezig is met de pluk. De verwerking van rozen tot rozenwater, valt echter niet te bezoeken. Staatsgeheim?

In Skoura houden we een volgende stop. We zitten in de streek die de naam 'Vallei van de duizend kasba's' draagt. We bezoeken de kasba (Ameridill) die nog bewoond is en die afgebeeld staat op het briefje van 50 dirham.

We passeren Ouarzazate. Enkele kilometers buiten Ouarzazate stoppen we eventjes bij de Atlas Corporation Studios waar onder meer Lawrence of Arabia werd opgenomen. In het volgende plaatsje, Aït Benhaddou, vormden de oude ksar en het oude dorp een indrukwekkend natuurlijk decor voor een aantal films. De Unesco heeft het plan opgevat om de extra poorten die gebouwd werden voor 'The jewel of the Nile' weer te verwijderen. In de tent buiten bij restaurant 'La Baraka' gaan we er relaxed bijliggen met een cola en eten een omelet. Het leven van een toerist kan soms ook een aangename kant hebben.

Even later passeren we de Col du Tichka op 2260 m hoogte en nog iets verder stoppen we om iets te drinken. Een lekker fris pilsje (15dh) smaakt dan heerlijk, een tweede gaat mee de bus in voor onderweg. Scherpe haarspeldbochten, stijgen en dalen, bangelijk mooie panorama's. De renners in de Tour du Maroc kunnen hier hun hartje ophalen of afzien als de beesten.

Tegen valavond komen we aan bij ons hotel in Marrakech, Annex Hotel "De Foucauld", net buiten de medina. Dit is een verhaal apart. Toch even vermelden dat we niet noodzakelijk een hotel met sterren moeten hebben of grote luxe. Dit was vooraf geweten. Indien het hygiënisch en proper is en aan de minimum eisen voldoet, volstaat dat voor ons. Deze voorwaarden waren nu wel ongeveer vervuld maar toch moesten we hier even slikken. Speelde de vermoeidheid of andere irritaties hier ook een rol? Toch sloot het raam niet. Toch kon het te smalle gordijn onmogelijk het raam bedekken. De twee smalle éénpersoonsbedden namen bijna de volledige oppervlakte van de kamer in zodat we aardig moesten mikken om onze rugzakken te laten zakken en te kunnen plaatsen. In de badkamer hing de verf in flarden aan het plafond, was de lamp bij de spiegel wel heel ongelukkig geplaatst, stond het toilet nagenoeg onder de douche zonder douchegordijn (zelfreinigend toilet dus), stond het toilet zo dicht tegen de muur dat we enkel in een hoek van 90° konden plaats nemen en gaven de leidingen een lawaai alsof de hele stad werd opengebroken met drilboren. Van de airco hebben we onze handen maar afgehouden om ongevallen en verdere ongemakken te vermijden. Als we onze collega's hoorden praten, hadden wij gewoon pech gehad bij de lottrekking. Na een vermoeiende dag en een goed slaapmutsje kan je overal slapen. Ieder huisje heeft zijn kruisje en wie laatst lacht, best lacht.

's Avonds, traditiegetrouw om 20u00 dus en even traditiegetrouw met groepje van 10, brengt Agnes ons naar het indrukwekkende plein Jemaa-el-Fna, naar het dakterras van Brasserie du Glacier, consumptie verplicht. Het schouwtoneel dat zich dan laat bewonderen! Fantastisch, onvoorstelbaar, sprookjesachtig, zelfs een beetje angstaanjagend. Een groot gedeelte van het plein is gewoon één groot restaurant in de openlucht. Koks met witte jassen en witte mutsen zijn bezig als ijverige mieren. Het lijkt wel één grote barbecue. Vlammen en rookwolken schieten de lucht in, prikkelen onze neus en nodigen uit. Dus dalen we af en storten ons in de menigte. Bij de kraam, of moeten we restaurant zeggen, midden tussen zovele andere, zwaait stoere stevige mama de scepter (Rashid en Rashida). Eerst wordt Agnes uitbundig welkom geheten. Daarna wordt het ook voor de anderen handen schudden. Wanneer het luidruchtig en familiaal "hé moustache" klinkt, staat mijn besluit vast. Zolang ik in Marokko ben, zal ik mij niet meer scheren. Ik voel me toch al een beetje Marokkaan onder de Marokkanen. Om voldoende plaats vrij te maken voor onze groep moeten er eerst slachtoffers vallen. Bij drie jonge Marokkaanse dames worden de borden onder hun handen en neus weggetrokken. Klaar met eten of niet, ophoepelen. Wanneer ze op onze fronsende blikken beteuterd reageren met te zeggen dat ze klaar waren, hebben wij daar sterk onze twijfels over. Er wordt salade varié, kip, worstjes, vis, frieten, brochetten, brood, water, couscous, … en thee aangevoerd tot ieders buikje weer gevuld is. En dit alles voor de ronde som van 28 dh per persoon, zo goed als voor niks dus. De sfeer kregen we d'er gratis bij. We nemen afscheid en slenteren eerst nog wat rond en daarna terug naar het hotel. Enkele slokjes rum doen ons al snel de slaap vatten.

24-04-2001

Om 09u00 opstaan en douchen en een halfuurtje later gaan we lopen. Aan de Bab el Jedid blijven we buiten de stadsmuur en wandelen tot de Bab Ighli. Ondertussen pikken we nog een scène mee die je in België of Nederland zelden of niet zal tegenkomen en daarom ook zo onze aandacht trekt. Een bromfiets stopt bij een politieman die langs de kant van de weg staat om een oogje in het zeil te houden. De twee jonge mannen stappen af en geven de arm der wet niet alleen een hand maar ook een zoen. Wat is het leven toch mooi! Bij de Bab Ighli keren we terug langs de stadsmuur richting Bab er Robb. Ondertussen hebben kinderen die tevergeefs "dirham, dirham" vroegen, met stenen naar ons liggen smijten. Kinderen konden eventueel alleen op iets rekenen wanneer ze iets te bieden hadden. Niet zomaar een snoepje krijgen, gewoon omdat wij die zelf niet kopen of gebruiken. En zeker geen geld. Ze moeten maar leren geld te verdienen in plaats van bedelen. Bij de Bab er Robb draaien we de medina in en bij de Bab Agnaou, één van de mooiste poorten in de stadsmuren, treffen we Tanja en Dinant. Met ons vieren zullen we de twee volgende dagen Marrakech verkennen. Shit! De duif die op de lantaarnpaal zit laat iets vallen, net op mijn pink. Had ik iets minder geluk gehad, had mijn hoofd onder de duivenpoep gezeten. Dat was dus weer lachen geblazen. Aan het einde van een steegje naast de muur van de moskee van de kasba oftewel de moskee van El-Mansour, bevindt zich de ingang naar de graven van de Saadiërs, entreegeld 10 dh per persoon. In het eerste mausoleum rust Moulay Ahmed el-Mansour omgeven door nog meerdere graven. In een tweede mausoleum ligt zijn moeder. We lopen ons dan enkele keren vast in een doodlopende straat. Het jongetje dat ons deze poets bakte, zit misschien nog in zijn vuistje te lachen. Daarna lopen we door toeristenloze straatjes richting en rond het koninklijk paleis. We keren terug via de moskee Derb el Badi en de muren van Paleis el Badi. Volgens een opschrift op de muur is twalit = WC. Vlakbij de Place des Ferblantiers klimmen we naar een dakterras, lunchtijd. Terwijl we genieten van de taferelen die zich beneden afspelen en dus naar hartelust kunnen fotograferen, nuttigen we een salade (20 dh) of een overheerlijke tajine kefta (35 dh), de lekkerste tot dan. Jaja, de kefta heeft mij in zijn greep. De inwendige mens is versterkt, bijgevolg kunnen we weer wat inspanningen leveren. We dwalen en verdwalen door de Mellah, de joodse wijk. "Moustache, vous êtes juif? Je peux vous montrer synagoge." Nee, wij willen naar het Bahiapaleis. Om 14u30 wordt de grote poort naast Restaurant de la Bahia geopend. Voor 10 dh mogen we d'er in. De weg van de poort tot aan het paleis is omzoomd met vooral sinaasappelbomen maar ook allerlei andere bomen en planten. De regel van de verplichte gids is ondertussen afgeschaft. We lopen door talrijke vertrekken met buitengewone plafonds en ornamenten. Bij het verlaten van het paleis, kiezen we de richting van het plein Jemaa-el-Fna door de Rue Riad Zitoun el Jedid en slaan een klein zijstraatje in. Op nr 8 bij een uithangbord in geelgeschilderd smeedwerk, dat volgens de Trotter witgeschilderd zou zijn, bevindt zich het maison Tiskiwin. Voor 15 dh per persoon bezoeken we er de privé-verzameling van Bernard Flint, een Nederlander, over Marokkaanse kunsthandwerkers. De architectuur van het huis is op zich al een bezoekje waard. De klok geeft dan 16u30, we hebben in totaal 6 uur lopen en slenteren op de dagteller. De benen en voeten zijn vermoeid. We klimmen terug naar het dakterras van Brasserie du Glacier. Bij een lekker, fris glaasje fris zien we hoe vanaf 17u00 uit alle richtingen karren op het plein worden gereden met vuren, banken, tafels en etenswaren. Luttele 10 minuten later branden de eerste vuren reeds. Waar in de voorgaande uren het plein toebehoorde aan waterverkopers, acrobaten, verhalenvertellers, jongleurs, slangen, apen en nog zoveel meer, is het binnen de kortste keren weer omgetoverd tot één groot eetfestijn. En zo gaat het iedere dag. We brengen even onze spulletjes naar het hotel en om 20u00 is het weer verzamelen geblazen.

Deze avond is de place to be Café-restaurant Argana aan het plein Jemaa-el-Fna. Even een ideetje geven wat wij zoal binnenpeuzelden : aspergesoep (25dh), brochettes met frieten (70dh), Pastilla met duif (85 dh), een overheerlijk ijsje Mona Lisa (25 dh). De cola kostte 7 en de koffie 8 dh. Moet je in onze Westerse wereld eens aan die prijs proberen aan het voornaamste plein in een stad van de omvang van Marrakech. Nog snel portemonneetje aanvullen bij de muur (9,45 dirham per euro). Daarna leveren we het bewijs dat je met een volle maag, overgoten met enkele glaasjes rum, inderdaad lekker kan slapen. Wat zoveel betekent als het aangename aan het nuttige koppelen.

25-04-2001

Vandaag staat de tweede etappe van onze ronde door Marrakech op het programma. We gaan even een glimp opvangen van de grandeur van Hotel La Mamounia, het meest prestigieuze hotel van Marokko dat in 1923 werd opgetrokken. Het hotel bevat 171 kamers, 57 suites, vijf restaurants, vijf bars, … en een sprookjestuin van meer dan 7 hectaren. In het gastenboek prijken de namen van onder andere Orson Welles, Richard Nixon, Maurice Ravel, Jimmy Carter, Henri Kissinger, Yves Montand, Catherine Deneuve, … Volgens Churchill was La Mamounia de mooiste plek ter wereld. We starten de dag bij Dar Si Saïd. De toegangsprijs bedraagt wederom 10 dh maar het nemen van foto's en video-opnamen is verboden. In dit museum zien we vooral sieraden voor vrouwen uit zilver of email, potten en andere gebruiksvoorwerpen met gravures en reliëfschilderingen, de voorlopers van de beauty cases, dolken, geweren en andere militaire spullen, een aantal zwart-wit foto's van het oude Marrakech, versierde lederen voorwerpen en vooral veel tapijten in alle kleuren en groottes. We bevinden ons midden in de medina en toch horen we in de binnentuin enkel vogeltjes fluiten en citroenen en sinaasappelen rijpen.

Dan duiken we even de soeks in. Uiteindelijk begint het nieuwe, het verbazende, het authentieke van de enge straatjes, kleine overvolle winkeltjes, oude ambachten, typische koopwaren en gelukkig niet te opdringerige verkopers plaats te maken voor gewenning en herhaling. We hebben het eigenlijk toch allemaal al meer dan eens gezien de afgelopen 10 dagen. Wel zien we hoe kruiden worden verpakt in bladen van een oud beschreven schoolschrift. Maar dan is het tijd om te lunchen. Dit keer kiezen we het terras van Hôtel de France op de hoek van het plein Jemaa-el-Fna vlakbij de moskee. Een spaghetti kefta of spaghetti sauce kost 50 dh. Het verschil zit in de gehaktballetjes die dus eigenlijk gratis zijn. Voor de afwisseling drink ik voor 10 dh eens een glas jus de banane, voor de eerste maal in mijn leven. Eerlijk gezegd, lekker! Na de lunch gaan we echt de soeks ten noorden van het plein verkennen. Wij willen nog graag zo'n Marokkaanse tamtam mee naar huis nemen terwijl Tanja en Dinant een tapijt willen kopen voor de kinderkamer van hun eerste telg die op komst is. Al snel sjouwen wij met een muziekinstrument aan tweederde van de vraagprijs rond. Het echte pingelen is een ware kunst die wij nog lang niet onder de knie hebben. Waarschijnlijk is het iets wat met de moedermelk in de genen wordt meegegeven. Maar we zijn tevreden net zoals in Merzouga met het tapijt. D' er is nog iets anders in de wereld dan alleen maar geld. Het wordt weer verdwalen, terug herkennen en opnieuw verloren lopen. We bezoeken de medersa Ben Youssef. De toegangsprijs bedraagt opnieuw 10 dh. Het Ministère des Affaires Culturelles vraagt voor het Fonds National pour l'Action Culturelle dezelfde entreeprijs in musea, historische sites en monumenten. Deze koranschool bood plaats aan 900 leerlingen die gehuisvest waren in een honderdtal cellen. Wanneer we op zoek gaan naar de Fontein Chrob of Choud, we weten nog altijd niet of de fontein die we gezien hebben deze of een andere was, worden we zonder we het goed beseffen op sleeptouw genomen door een loopjongen van de leerbewerkers. We krijgen er een korte uitleg maar laten de zaak voor wat ze is met een volgens de 'gids' te schrale fooi. Tanja en Dinant hebben precies voor ogen naar welk soort tapijt hun voorkeur uitgaat. De eerste tapijtenwinkel die we binnenstappen kan aan hun wensen niet voldoen. We belanden terug op het plein en besluiten om op het dakterras van Hôtel de France iets te gaan drinken. Vanuit onze bevoorrechte positie zien we de moskee vol en weer leeg lopen. De brommer van een oudere man weigert net onder onze ogen dienst maar de in jellaba geklede man toont zijn talenten als doe-het-zelver en kan even later rustig weer verder brommen. Op het plein is het verboden om voertuigen te parkeren, ook voor een grotere luxe wagen. We zien hoe de politieagent zijn boekje bovenhaalt maar even later na een praatje, schouderklopje en handje schudden (en misschien nog een doorslaggevend argument dat wij niet bemerkt hebben), ongebruikt weer opbergt.

Tanja en Dinant gaan nog een poging wagen. Wij lopen even mee. Het draait weer verkeerd uit. Ze willen het opgeven. Maar op ons advies "derde keer, goede keer" gaan ze nog even verder. Resultaat : het tapijt is er. Via het plein, het postkantoor en de Koutoubia, het symbool van de stad en oriëntatiepunt bij uitstek, lopen we terug naar ons hotel. Nog één keertje dineren en ons verblijf in Marrakech behoort tot de geschiedenis. Een ritje in een koets of een bezoek aan de Menaratuin zal voor een volgende keer zijn.

Voor 60 dh, exclusief drank, proeven we 's avonds van het buffet à volonté in het restaurant van hotel Ali vlakbij het plein. Lekker en dus met een meer dan gevuld buikje duiken we het bed in.

26-04-2001

Om 7u00 loopt de wekker af. Een douche, meteen staat alles onder water, maakt ons verder wakker. Inpakken. Het lijken ondertussen wel twee muilezels die de trappen afdwalen. Ongeveer 8u00 vertrekken we met een minibus en Land Rover richting El Jadida, onze laatste bestemming, aan de Atlantische Oceaan.

In Sidi Bennour houden we een koffiestop. We zitten buiten op een terras. De locale bevolking kan weer aapjes kijken. Onderweg zien we opnieuw hoe overal mensen lopen. Door de velden, de met stenen bedekte vlakten, door de bossen. Alleen, in groepjes, bezig met de oogst of de dieren hoedend. Op weg van, onderweg naar. Een rund heeft langs de weg de laatste adem uitgeblazen en bestaat zo te zien alleen nog uit huid en beenderen.

Tegen de middag komen we aan in El Jadida, in Hotel Doukkala Abou El Jadail. Dezelfde muilezels brengen hun lading naar de tweede verdieping. Het toilet is niet proper. Omdat de voorgangers niet van het properste soort waren? Omdat de poetsploeg onvoldoende gepresteerd heeft? We hadden in Marrakech al pech met de hotelkamer. Waarom wij weer? Terug naar beneden, naar de balie. Het advies van Agnes om niet tevreden te zijn met de kamer, kunnen we nu nog steeds appreciëren. Resultaat : de man achter de balie geeft ons een andere sleutel om een andere kamer op de eerste verdieping te gaan bekijken. We openen de deur. Ruime salon met zetels, televisie, ijskast, balkon. In een tweede al even ruime kamer staat een groot tweepersoonsbed met deur naar hetzelfde balkon. En een propere ruime badkamer. We hebben wel geen zicht op zee maar op het zwembad dat echter droog staat. Wat maakt het ons uit. Onze beslissing staat echter vast. Je kan éénmaal niet alles hebben in het leven en je moet prioriteiten stellen. Terug beneden, stellen we heel gewoon dat we wel willen verhuizen. De man die onze bagage helpt dragen, krijgt een extra fooi.

We gaan hier twee dagen genieten, luieren en uitrusten van de vakantie. Om te beginnen wandelen we over de dijk langs de kust. Er staat redelijk wind. Op het niet zo mooie strand zijn jongeren aan het voetballen. In een restaurantje op de dijk gaan we lunchen. Een te grote portie gefrituurde vis, calamares en scampi's met frites en een cheeseburger met frites kosten ons samen slechts 66 dh. Na dit intermezzo lopen we door tot de Portugese stad. Wanneer we de poort binnenlopen, worden we begroet door Khadisja. Zij vraagt ons of we van de groep van Agnes zijn wat wij bevestigend beantwoorden. Ze vraagt ons haar de groeten te doen. Na een leuke kennismaking lopen wij nog even met haar mee in de winkel waar zij als verkoopster werkt. We kopen een houten visitekaarthouder en brievenrekje en slaan nog even een praatje. De vraag of er nog vrijgezellen in de groep zijn, moeten we tot haar teleurstelling negatief beantwoorden. Wanneer ik mij eventueel kandidaat wil stellen, reageert zij met een vermanende en stoute tik tegen mijn schouder. Voor we vertrekken vraagt zij ons nog eens om de groeten te doen aan Agnes. No problem. De cisterne is op dit uur van de dag gesloten. We lopen nog even over de omwalling en gaan dan op zoek naar spulletjes waarmee wij onze ijskast kunnen vullen. Uiteindelijk vinden we ons ding in een winkel naast Hôtel de Bruxelles. Op de terugweg naar het hotel lopen we Agnes tegen het lijf. We vertellen haar van de ontmoeting met Khadisja en tonen haar onze mondvoorraad. Zij is nieuwsgierig naar onze kamer en belooft straks even binnen te springen.

Vermits aan het strand liggen hier en nu niet de meest geschikte keuze is, kiezen we voor relaxen in de zetel of op het balkon met een fris biertje of wodka-cola. Na een tijdje komt Agnes haar inspectie houden oftewel er gezellig bij zitten. We wisselen ervaringen uit over onder meer deze en voorgaande reizen en praten voluit. Ook haar tocht door Afrika komt nog eens ter sprake. Tevens stelt zij enkele alternatieven voor de dag daarop voor. Lekker gezellige babbel.

's Avonds eten we met een deel, hetzelfde deel, van de groep in Restaurant Portugaise in de Portugese stad. Crevettes pilpil, Tajine, Filet Merlan, 2-maal chocomousse en een cola en fanta (want geen alcoholische dranken) kosten de ronde som van 146 dh. De muntthee is een presentje van het huis. Terwijl we aan het dessert toe zijn springt Khadisja nog even binnen. Ze weet zich nog steeds de namen Tony en Carin te herinneren.

We zijn moe. Slapen dus.

27-04-2001

Lekker lang uitslapen. Of hoe noem je anders tot 10u30 in bed liggen? Er blijkt zelfs een handdoek verdwenen te zijn. Het kamermeisje (blijkt achteraf een kamervrouw te zijn) is dus binnen geweest zonder ons wakker te maken. In zo'n suite is dat ook niet onmogelijk.

Agnes, Carin en Tony lopen dan tot aan de Portugese stad om er bus 2 te nemen naar Sidi Bouzid. Voor 2,10 dh per persoon brengt deze bus ons naar het plaatsje op 7 km ten zuiden van El Jadida. Het strand is er breder en zuiverder met mooier zand. Alleen de wind is een beetje fel en koud voor de twee dames. We slenteren wat langs en door de waterlijn. We proberen een beschut plaatsje, uit de wind, tegen de duinenkant te vinden. Daar liggen we een tijdje in het zand. Turen over zee naar de golven en enkele uitvarende vissersbootjes. We liggen nog wat te kletsen, te genieten. Toch ook met een beetje spijt dat het einde nu zo kort genaderd is. Het is nog niet echt zomer, getuige sommige kippenvelletjes. We besluiten de bus terug te nemen. Onderweg krijgen we controle op zwart rijden. Het lijkt ons meer het controleren van de kaartjesverkoopster op de bus.

Terug op de hotelkamer duiken we de ijskast in. En we stellen vast dat we erin slagen om al onze bagage in onze twee grote rugzakken en twee kleine handbagagerugzakjes te krijgen. Dat hoeft 's avonds en de laatste ochtend niet meer te gebeuren. Ervaren stouwers zijn wij intussen geworden.

's Avonds gaan we met de hele groep, de eerste en enige keer, bij Ali Baba eten. Zelfs daar is Agnes in geslaagd. Zelfs dat heeft ze klaar gekregen. Enige toegeving: niet 20u00 maar 19u00. Daar gaan we het er een keer goed van nemen. Om stilaan aan de reconversie te beginnen denken, kiezen we voor een Westerse keuken. Bedragen zijn nu niet meer belangrijk, de details ook niet. Anderen kiezen voor thee, bier of frisdrank. Wij laten eerst een fles wijn opentrekken, later gevolgd door een tweede. Het heeft echt iets van een laatste avondmaal. En het bourgondische zit nu éénmaal in onze genen. Eerst een voorgerecht. Dan neemt Agnes even het woord en bedankt de groep. Het was een voor haar gemakkelijke groep met een zeer heterogene samenstelling. Ondertussen hebben Rein en Dinant een beetje ellebogenwerk verricht met het gevolg dat zij deze jongen de collecteomslag toeschoven en als vrijwilliger bombardeerden om in naam van de groep (?) een woordje tot onze reisbegeleidster te richten. Ik moet toegeven, improviseren valt niet altijd mee. Ik heb gewoon getracht het op mijn manier te doen. Dus kort, eerlijk en met een vleugje eigen humor. Het wordt tijd voor het hoofdgerecht vooraleer het koud wordt. Als uitsmijter houden we het bij koffie met … zonder koffie. Een calvados dus. Op de terugweg naar het hotel komt er toch zoiets als melancholie, het besef dat het bijna voorbij is.

28-04-2001

De laatste dag van onze vakantie in Marokko is aangebroken. Om 7u00 rinkelt de wekker. Het vertrek is gepland om 8u00 want vooraleer naar de luchthaven te gaan, wil Agnes nog een bezoekje regelen aan de Hassan II moskee in Casablanca. En ja hoor, enkele kilometers vóór Casablanca is het in kannen en kruiken. Het ontwerp van de moskee is van een Frans architect. De bouw duurde 7 jaren, namelijk van 1987 tot 1993. Het is gewoon een imposant gebouw met een minaret van 200 m hoog op een rotspunt die in zee uitsteekt. Het is de derde grootse moskee ter wereld na deze van Mekka en Medina. Het dak kan, net zoals dat van de ArenA in Amsterdam, geopend worden. In de gebedszaaal zelf kunnen 25.000 gelovigen terwijl 6.000 vrouwen op de balkons kunnen plaatsnemen en de esplanade biedt nog eens plaats aan 80.000 personen.

Vervolgens beginnen we aan onze laatste rit. Deze is naar Aéroport Mohammed V. Het inchecken verloopt probleemloos. "With connection to Amsterdam?" "Yes, insjallah!" Met de glimlach wordt daarna door de check-in-dame voldaan aan onze vraag om op beide vluchten twee stoelen naast elkaar te hebben. Nog even een groene inlichtingenfiche invullen voor de plaatselijke administratie. Van een vertrekbelasting op de luchthaven is geen sprake. Met een stevige omhelzing nemen we afscheid van Agnes die meer dan voortreffelijk werk heeft geleverd en veel meer was dan alleen reisbegeleidster. Nog even de paspoortcontrole passeren en dan is het wachten, vliegen, wachten en vliegen. Op het voorziene uur bereiken we via Frankfurt veilig en wel Schiphol. Geen enkel incident, geen moeilijkheden, geen problemen, geen onverwachtse wendingen, geen lastige douane- of andere beambten.

Wanneer we onze bagage ophalen zijn er enkel nog Anja en Hannie, Hermann en Alie, Dinant en Tanja om afscheid te nemen. Samen met Dinant en Tanja nemen we de bus tot P3. Het is dan 23u30. Bijna anderhalf uur later rijden we de Nederlands-Belgische grens over. Tijdens de twee afgelopen weken is er blijkbaar weinig veranderd. De rijkswachtpatrouilles omwille van het mond- en klauwzeer zijn nog steeds op post en we ervaren opnieuw hoe regen er in werkelijkheid uitziet. In de cafetaria van de sporthal gaan we onze behouden thuiskomst nog even melden en om 4u00 kruipen we meer dan moe in ons bed.

epiloog

Het schrijven van dit relaas, beetje bij beetje gedurende de eerste twee weken na de reis, kwam telkens neer op een stapje terug in de tijd, een kort tripje naar één of andere plek in Marokko. Mijmerend bijgevolg over hoe goed die twee weken waren. Terugblikkend op de mooie, soms verrassende momenten en op de leuke en aangename ervaringen. De rondleiding door de medina van Fès, het bezoek aan de nomadenfamilie, de rit op de dromedaris door de zandduinen van Erg Chebbi (heel erg leuk), de avond en nacht in de woestijn, het beeld van het plein Jemaa-el-Fna 's avonds vanaf het terras, de Todrakloof zullen niet snel uit onze herinneringen verdwijnen. Ook opvallend: de technologie staat niet stil en zelfs tot diep in de soeks, woestijn of platteland dringt zij door onder de vorm van mobieltjes, schotelantennes, internet, pinautomaten. De Marokkaanse menukaart is niet zo uitgebreid maar een bepaald gerecht kan meerdere ladingen dekken. Er worden wel veel kruiden gebruikt maar pikant is het zeker niet. Thailand bezorgde ons wat dat betreft heel andere ervaringen. Het aanklampen, het lastig gevallen worden, de opdringerigheid, het bedelen van de mensen was eerder uitzondering dan regel zodat de angst vooraf hiervoor ten onrechte was. Dit was in Istanbul wel even anders. Nooit hebben we ons onveilig gevoeld. Als je geen aanleiding geeft, wordt het risico al sterk verminderd. Je kan toch wel contact hebben met de locale bevolking al is natuurlijk de tijd te kort en de agenda te gevuld om dit ten gronde te kunnen doen. Maar een "bonjour, ça va?", "Tout va bien?", een grapje of kort gesprekje met de gids, chauffeur, hotel- of restaurantpersoneel, tot zelfs politieagent maakt het leven zoveel aangenamer voor beide partijen en kan soms, eventueel figuurlijk, deuren openen. Zij doen het, dus wij ook! Vakantie is genieten, is contacten leggen, is je ogen en oren de kost geven, is altijd te kort en veel te snel voorbij. Deze feiten zijn historie geworden en dan maar op naar een volgende vakantie, insjallah!

Complimenten aan Summum. Complimenten aan Agnes. Sjoekran.

Nog even deze uitsmijter die je letterlijk moet vertalen en waar we een aantal keren hartelijk om gelachen hebben :

"n'escalier pas dans l'espérance car elle est semaine!"

Tony Geuns en Carin Visser © 2001

 
Met dank van Tips voor Trips

    


Tips voor Trips nv, Luikersteenweg 20 bus 1, 3500 Hasselt (België)
Tel. 011/30.70.70  Fax 011/30.70.77  E-mail info@cbtravel.be